Project 'Ja, ik wil!'

Heibel in de tent: het  huwelijkskrakeelregister

 

Veel deelnemers aan ‘Ja, ik wil!’ zullen de naam al eens zijn tegengekomen: het huwelijkskrakeelregister. Meestal gaat zo een vermelding dan gepaard met andere aantekeningen die aangeven dat er iets aan de hand is met het betreffende (voorgenomen) huwelijk. Maar het register bevat nog meer verborgen schatten. In dit artikel een kleine blik in de wereld van de huwelijkskrakelen.

 

Huwelijkskrakelen

Hoewel de term ‘huwelijkskrakeel’ lijkt te verwijzen naar onenigheid (‘gekrakeel’) tijdens het huwelijk, gaat het bij de huwelijkskrakeelregisters juist om verwikkelingen die voor het feitelijke huwelijk in kerk of op het stadhuis ontstonden. Globaal gezien ging het bij huwelijkskrakelen vooral om de volgende situaties:

 

  • een derde persoon had in de periode waarin de drie zondagse huwelijksafkondigingen plaatsvonden bezwaar geuit tegen het voorgenomen huwelijk;
  • één van de partners (en soms beiden tegelijk) verzocht om ontslag van de gedane trouwbelofte;
  • een persoon beweerde een trouwbelofte van iemand ontvangen te hebben en wilde die persoon daaraan houden.

 

In de eerste periode van de ondertrouwregisters (laatste kwart zestiende eeuw) werden zowel de ondertrouwinschrijvingen als de huwelijkskrakelen ingetekend in één en hetzelfde register. Vanaf het begin van de zeventiende eeuw werden de registratie van ondertrouwinschrijvingen en huwelijkskrakelen in afzonderlijke registers bijgehouden; de introductie van voorgedrukte akten van ondertrouw zal hiervoor waarschijnlijk een belangrijke reden zijn geweest.

 

Procedure

Nadat een bezwaar was ontvangen, werden ‘de geboden opgehouden’ in afwachting van nader onderzoek door de commissarissen. Aangezien een huwelijk niet eerder voltrokken kon worden dan na het derde gebod, werd dus ook de feitelijke huwelijkssluiting daardoor uitgesteld. Na het ‘ophouden’ van het gebod vond vervolgens verder onderzoek door de commissarissen van huwelijkse zaken plaats, hetgeen bestond uit het horen van betrokkenen en getuigen en het bestuderen van eventuele bewijzen. Indien de zaak heel duidelijk was of in den minne te schikken viel, namen de commissarissen vervolgens het besluit om òf de bezwaren ongeldig te verklaren (‘het gebod gaat voort’), òf de ondertrouwinschrijving op basis van de overlegde feiten en verklaringen door te halen (‘royeren’). Kwamen de commissarissen er zelf niet uit, dan verwezen ze partijen naar de civiele rechtspraak (‘den gerechte’).

 

Klik op afbeelding voor grotere versie

Huiselijke twist, geschilderd door  Gesina ter Borch in de tweede helft van de zeventiende eeuw.

Bron: Wikimedia Commons, klik hier voor de brongegevens

 

Een lichtzinnig geval

Op 23 maart 1585 daagt Luitgen Adriandochter haar vermeende verloofde Tonis Corneliszoon voor de commissarissen van huwelijkse zaken. Zij beweert dat hij haar een muntstuk heeft gegeven en daarna nog menigmaal haar hand heeft gevat en trouw heeft beloofd (‘met handtastinge’). Sterker nog, hij heeft de trouw ‘met bijslaap’ bevestigd, waarbij hij bij haar een kind verwekt zou hebben. Tonis ontkent niet dat zij met elkaar naar bed zijn geweest, maar, zo stelt hij, hij was daarin zeker niet de enige: Luitgen zou destijds omgang met vele mannen gehad hebben en bovendien nog dagelijks in lichtzinnige etablissementen vertoeven. Aangezien geen van beiden hun zaak overtuigend kunnen bewijzen, verwijzen de commissarissen hen naar de rechtbank.

 

Een beroemd voorbeeld: Rembrandt en zijn huishoudster

Ook onze beroemdheden waren niet vrij van gekrakeel. Op de site van het Stadsarchief Amsterdam vindt u de uitspraak en het verhaal van Rembrandt van Rijn. In 1649 stapte zijn toenmalige huishoudster en kindermeid, Geertje Dirckx, naar de commissarissen van huwelijkse zaken. Rembrandt zou haar immers trouw beloofd hebben en zij wilde hem aan zijn woord houden, of hij zou ten minste in haar onderhoud moeten voorzien. Na de beraadslagingen luidde het vonnis dat Rembrandt haar 200 guldens per jaar zou moeten betalen voor haar onderhoud. Hoewel de schilder het vonnis niet betwistte, lukte het hem door manipulatie, waarbij hij zelfs Geertjes broer wist te overtuigen, haar in een dusdanig kwaad daglicht te stellen, dat zij uiteindelijk vijf jaar opgesloten werd in het Spinhuis te Gouda…

 

Klik hier voor de stukken rond het krakeel tussen Rembrandt en Geertje

 

 

terug naar Wist u dat...

terug naar hoofdpagina