Project 'Ja, ik wil!'

Liefde is niet te koop!?

 

Wist u dat Sint-Nicolaas niet alleen goed is voor het rondbrengen van speelgoed en snoepgoed maar tijdens zijn leven ook drie ongetrouwde meisje voorzag van hun bruidsschat? Als bisschop van Myra (in het huidige Turkije) ontmoette Sint-Nicolaas een man die in het verleden rijk geweest was, maar nu in armoede leefde.  Zijn drie ongehuwde dochters waren oud genoeg om te trouwen maar door gebrek aan geld was er voor hen geen bruidsschat. Hierdoor was de kans voor hen om in het huwelijk te treden klein. Sint-Nicolaas schoot het arme gezin echter te hulp en besloot ’s nachts een buidel met goud bij het huis achter te laten. Dit herhaalde hij nog twee keer, maar de laatste keer werd hij ontdekt door de vader, die nieuwsgierig was geworden naar de persoon die hen te hulp was geschoten.

 

Sint-Nicolaas smeekt hem zijn identiteit geheim te houden en gaf aan dat hij enkel God moest bedanken. Deze legende laat niet alleen zien hoe Sint-Nicolaas beschermheilige werd van niet alleen kinderen maar ook ongehuwde meisjes, maar toont meteen ook aan hoe belangrijk de bruidsschat destijds was in het Zuiden van Europa, net zoals vandaag de dag nog in andere delen van de wereld.

 

 

Gerard David, 'Twee legenden over Sint-Nicolaas',  geschilderd rond 1500-1510.

Bron: WikiPaintings, klik hier voor de brongegevens

 

 

De 'bruidschat' – of de goederen die bruiden van hun eigen familie  meekrijgen bij hun huwelijk – bleef in Zuid-Europa lange tijd de overheersende vorm van 'inter vivos'-eigendomsoverdracht (overdracht van geld en bezit bij leven, dit in tegenstelling tot het erven bij overlijden). De bruidschat stond los van de erfenis van bezittingen bij het overlijden van de ouders, maar in de praktijk was het meestal zo dat dochters enkel de bruidschat kregen en bij het verdelen van de erfenis over het hoofd gezien werden. In Noord-West-Europa speelde de bruidschat echter een veel kleinere rol en was het eerder de bruidegom die in een 'bruidsgift' (een gift aan de bruid) moest voorzien, in het Nederlands ook wel morgengave genoemd.  De traditie schreef voor dat de man haar dit geschenk de ochtend (morgen) na de eerste huwelijksnacht gaf. Door middel van de morgengave werd na het overlijden van de man het bezit van de vrouw bij een kinderloos huwelijk veilig gesteld. De registratie van deze morgengaven werden bijgehouden in een zogenaamd morgengavenboek. Hierin werd de huwelijksgift genoteerd waarop de vrouw na het overlijden van de man recht had.

 

In het noorden van Europa ging men na het huwelijk niet bij de ouders van de bruid of bruidegom wonen, maar richtte men een eigen huishouden op; daarbij was het gebruikelijk dat de eigendom van zowel bruid als bruidegom samengevoegd werd tot één algmeen bezit. Dit gezamenlijke eigendom stond weliswaar onder controle van de man, maar indien deze stierf had de weduwe recht op haar deel. Daarnaast werd er ook onderhandeld over hetgeen de bruid meekreeg als ze door haar familie ‘uit huis gezet’ werd: de uitzet.  Deze bestond meestal uit kleding en linnengoed maar bij rijkere burgers kon er ook geld of vee aan toegevoegd worden.
Hoewel het op het eerste zicht niet zoveel lijkt uit te maken of er nu sprake was van een bruidsschat of een bruidsgift had dit wel degelijk impact op de huwelijkssluiting, en dan vooral de leeftijd van de bruiden.

 

Onderzoekers zoals Maristella Botticini hebben aangetoond dat de praktijk van de bruidschat sterk gelieerd was met de huwelijksleeftijd van de bruiden: hoe jonger de bruid hoe kleiner de bruidschat. Het was dus in het belang van de ouders die in de bruidschat dienden te voorzien om de dochters zo snel mogelijk te laten huwen, waardoor de gemiddelde huwelijksleeftijd in gebieden met bruidschatten een heel stuk lager uitvalt dan elders. Bij het ontbreken van zo’n transfer als een bruidschat valt ook de druk weg op de jonge vrouwen om snel gehuwd te raken. De bruidsschat bestond in Zuid-Europa vaak niet alleen uit geld maar omvatte ookit fysieke goederen. Zo was het in de veertiende en vijftiende eeuw in Florence gebruikelijk binnen rijke families om een bruidskist (cassone) aan de bruid te schenken. 

Deze cassone met daarin de bruidschat werd dan in processie van het huis van haar vader naar haar nieuwe woonplaats in huis van haar echtgenoot gebracht. De kisten dienden daar als meubelstuk in de slaapkamer en werden gedecoreerd met goud, zilver, en schilderingen. De schilderingen hadden meestal een morele boodschap voor mannen, vrouwen, of voor het huwelijk in het algemeen.

 

 

Cassone, gemaakt in Florence, midden vijftiende eeuw. Bron: Wikimedia Commons, klik hier voor de brongegevens

 

 

Hoewel het door de vele variaties op het erfrecht binnen Europa moeilijk is om precies aan te duiden waar welke praktijken golden, kunnen we de grens tussen enerzijds het gebied waar bruidschatten gebruikelijk waren en anderzijds het gebied waar andere vormen, zoals de bruidsgift eerder van toepassing waren, globaal aangeven. Deze grens liep ongeveer van west naar oost dwars door het midden van het huidige Frankrijk. In het gebied ten zuiden van deze lijn, bekend onder naam Pays du droit écrit ['land van het geschreven recht'], werden de eigendomsrelaties bepaald door het Romeinse recht. Ten noorden van deze lijn bevond zich het zogenaamde Pays du droit coutumier ['land van het gewoonterecht']. In het Zuiden had men zelf de keuze over de manier waarop eigendom gebruikt of doorgegeven werd, maar er lagen wel bepaalde spelregels vast. Zo hadden vrouwen wel recht op een bruidsschat bij huwelijk, maar kon de grootte van de bruidschat die door de vader werd meegegeven wel variëren; daarnaast was een man niet verplicht eigendom achter te laten voor zijn vrouw bij zijn overlijden.

 

In het zuiden vond, ondanks dat dit voor de vrouwen financiëel gezien nauwelijks consequenties had, wel een verschuiving plaats in de bedoeling van de bruidschat. In de Romeinse tijd was de bruidschat vooral bedoeld voor de bruidegom om de lasten van het huwelijk te kunnen dragen ('sustinere onera matrimonii'), maar tijdens de Middeleeuwen verschoof de betekenis van de bruidschat naar die van het aandeel van de dochter in het vaderlijk erfdeel.   Het gevolg hiervan was dat de vrouw geen recht meer had op verdere aanspraak op dit erfdeel. Indien de ouders stierven waren het de zonen die recht hadden op de erfenis en hadden de dochters hun aandeel al gehad in de vorm van hun bruidsschat. Hierdoor werd fragmentatie van onder andere landgoederen voorkomen. Het gedeelte dat door de vrouw werd ingebracht in het huwelijk werd, anders dan in Noord-Europa, apart gehouden van de eigendommen van de man. Na de dood van haar man had zij enkel recht op het door haar ingebrachte geld. In het gewoonterechtelijk gebied hadden vrouwen doorgaans (maar niet altijd) ook rechten op een deel van de erfenis van de man en deelden zij ook mee bij overlijden van de ouders.

 

De wijze waarop eigendom overgedragen werd van ouders op kinderen en tussen huwelijkspartners is een onderzoeksgebied waar nog heel wat valt te onderzoeken en vele verbanden tussen eigendomsoverdracht en de huwelijkspraktijk zijn nog niet uitgeklaard. Maar het ziet er wel naar uit dat wanneer verwacht wordt dat vrouwen een bruidschat meekrijgen bij het huwelijk dit een negatieve invloed heeft op hun huwelijksleeftijd. Wanneer dergelijke praktijken wegvallen of vervangen worden door een gift van de man aan de vrouw vervalt ook de 'prikkel;' om vrouwen sneller het huis uit te krijgen...

 

 

Noten

 

[1] Tine de Moor en Jan Luiten van Zanden, 2006.Vrouwen en de geboorte van het kapitalisme in West-Europa (Amsterdam: Boom), pp. 32-33. 
[2] Sheririn Marshall Wyntjes, 1982. Survivors and status: widowhood and family in the early modern Netherlands, Journal of Family History 7(4), pp. 396-405, 399. 
[3] Tine de Moor en Jan Luiten van Zanden, 2010. Girl power: the European marriage pattern and labour markets in the North sea region in the late medieval and early modern period, Economic History Review 63(1), pp. 1-33, 7-11.
[4] Ineke Strouken, 1993. Bruidssuikers & wittebroodsweken. gebruiken rond het huwelijk (Utrecht: Kosmos-Z&K), pp. 45-46.
[5] Caroline Campbell, 2009. Love and marriage in Renaissance Florence. The courtould wedding chests (London: Courtauld Gallery / P. Holberton).
[6] De Moor en van Zanden, Vrouwen en de geboorte van het kapitalisme, pp. 30-31.
[7] De Moor en van Zanden, Vrouwen en de geboorte van het kapitalisme, pp. 30-31. 

 

 

 

terug naar Wist u dat...

terug naar hoofdpagina