Ja, ik wil! Verliefd, verloofd, en getrouwd in Amsterdam 1580-1810

Inhoud van de ondertrouwregisters

 

Algemene voorschriften

 

Het pauselijke besluit Tametsi uit 1563 gaf enkel de opdracht aan de plaatselijke priesters om registers aan te leggen voor het vastleggen van dopen en huwelijken. In het besluit stond niets over welke gegevens precies vastgelegd moesten worden. Ook de  Gereformeerde Kerk instrueerde weliswaar aan de predikant en kosters registers bij te houden betreffende de dopen, huwelijken, begrafenissen, en lidmaten binnen de eigen kerk, maar specifieke richtlijnen hiervoor ontbraken. Daardoor konden er per regio nogal verschillende registratiemethoden gehanteerd worden.

 

De Amsterdamse voorschriften

Tien jaar na de gereformeerde machtsovername legde het Amsterdamse stadsbestuur in 1586 instructies voor de leden van de schepenbank van Huwelijkse Zaken vast in het Memorieboek van commissarissen van Huwelijkse Zaken en Injuriën.

 

Naast voorschriften over waar en wanneer de commissarissen aanwezig dienden te zijn, omvatten de voorschriften ook richtlijnen over welke gegevens onderzocht en vastgelegd dienden te worden. Deze instructies hebben in sterke mate bepaald welke gegevens in de ondertrouwregisters vastgelegd werden en hebben er daardoor mede voor gezorgd dat de Amsterdamse ondertrouwinschrijvingen een unieke bron van historische persoonsgegevens zijn geworden, hoewel sommige gegevens alleen in bepaalde periodes werden opgetekend.

 

De elementen van de ondertrouwinschrijving

 

De ondertrouwinschrijvingen van Amsterdam bevatten, vergeleken met soortgelijke bronnen elders, opvallend veel gegevens. Onderstaand geven we de diverse elementen aan op basis van deze inschrijving van 24 oktober 1760.

 


 

 

> Lees meer over de ontwikkeling van de registers door de tijd

 

 

 

 terug naar overzicht