Case studies - Guilds - The Netherlands

Case study: Pedlars guild, Utrecht, The Netherlands (data in Dutch only)

   

 

Type of institution for collective action

Gilde

Name/description institution  

Marsliedengilde 

Country 

Nederland

Region

Utrecht

Name of city or specified area

Utrecht

Further specification location (e.g. borough, street etc.)

n.v.t.

Patron saint

H. Nicolaas

Surface area and boundaries

 

 

-

Foundation/start of institution, date or year

1400

Foundation year: is this year the confirmed year of founding or is this the year this institution is first mentioned?

Bevestigd. De eerste vermeldingen van marslieden dateren van rond 1350.

Foundation act present?

Nee.

Description of Act of foundation

-

Year of termination of institution

Na 1798, exacte datum onbekend.

Year of termination: estimated or confirmed?

Geschat

Act regarding termination present?

-

Description Act of termination

-

Reason for termination?

De Bataafse constitutie van 1798.

Recognized by local government?

-

Concise history of institution

De eerste vermeldingen van marslieden zijn van halverwege de veertiende eeuw. In het jaar 1400 werd het Marsliedengilde officieel opgericht. In 1541 volgde een ordonnantie. Hierin werden regels opgesteld. Zo werd bepaald dat vreemde kooplieden niet met hun waren langs de huizen mochten. Ze mochten hun waren alleen verkopen op de markt op zaterdag. Daarvoor hadden ze toestemming nodig van het gilde. Ook moesten ze 8 stuivers betalen.

 

De ordonnantie van 1541 werd in 1572 en 1627 uitgebreid met regels over hoeveelheden, het verbod van verkoop op het platteland en de regeling dat herbergiers moesten laten weten aan het gilde wanneer er kramers bij hen logeerden. Ook moesten marslieden degelijke mensen zijn en in een fatsoenlijk huis wonen. Ze mochten hun waren niet verkopen in een kamer of in een huisje in een smerige steeg.

Special events? Highs and lows? Specific problems or problematic periods?

Membership

Numbers of members (specified)

Tussen 1724 en 1797 werden er bij het Marsliedengilde in totaal 4,135 leden ingeschreven, van wie er 1,213 vrouw waren (dit is een kleine 30 procent). Gemiddeld werden er 56 marslieden per jaar ingeschreven bij het gilde, wat veel is ten opzichte van andere gilden. Het Marsliedengilde kende dan ook geen drempel in de vorm van een examen/ meesterproef.

 

Het Marsliedengilde bestond uit een groot aantal aanwerpelingen: mensen die ook van een ander gilde lid waren, omdat zij een ambacht uitvoerden dat met twee verschillende gilden overlapte. Vaak waren dit bakkers, zilversmeden, juweliers, kruideniers en tabakkopers.

 

Het grote aantal vrouwen is te verklaren aan de hand van het feit dat de handel van oudsher een terrein was waarop veel vrouwen werkzaam waren.

Membership attainable for every one, regardless of social class or family background?

Je mocht alleen lid worden van het gilde als je het burgerrecht had.

Specific conditions for obtaining membership? (Entrance fee, special tests etc.)

Behalve bezit van het burgerrecht moest je inleggeld betalen. Dit waren vier gouden Carolusguldens en vier stuivers. Kinderen van gildeleden en aanwerpelingen betaalden half geld. Er was geen meestersproef vereist.

Specific reasons regarding banning members from the institution?

Nee.

Advantages of membership?

Het lidmaatschap was voornamelijk een soort vergunning voor uitoefening van het beroep. Je mocht venten langs de huizen, in tegenstelling tot vreemdelingen.

Obligations of members? 

Mannen moesten aanwezig zijn bij vergaderingen. Wanneer ze er niet waren betaalden ze een boete van zes stuivers. Bij te laat komen betaalden ze drie stuivers boete.

Literature on case study

  • van den Heuvel, D, 2007. Women and entrepreneurship – Female traders in the Northern Netherlands, c. 1580-1815. Utrecht University.
  • Panhuysen, B., 2000. Maatwerk: kleermakers, naaisters, oudkleerkopers en de gilden (1500-1800). Amsterdam : Aksant.

Sources on case study

  • Het Utrechts Archief, Archief  Gilden (toegang 708-1)
    • inv.nr. 54, Gildeboek der Marslieden, 1541-1767
    • inv.nr. 56, Verzameling stedelijke ordonnantiën betreffende het Marslieden-gild en de daaronder begrepen neringen
    • inv.nr. 58.1.2, Register van de namen van de aangenomen leden van het Marsliedengilde, 1724-1771, 1773-1798. 2 delen
    • inv.nr. 61, Resolutieboek van het college der twintig gecommitteerden van het Marsliedengild, 1661-1784
    • inv.nr. 65.3, Kasboek van ontvangsten van de busmeester van het Marsliedengilde, 1709-1785. 3 delen
    • inv.nr. 66.1, Rekeningen van het Marsliedengilde, 1654-1792. 2 delen 

Links to further information on case study:

-

Case study composed by:

Corien te Brummelstroete, Utrecht University

 

 

 

> Back to overview of case studies