Case Studies - Waterboards - The Netherlands

Case study: Polder en Waterschap De Slaag, Amersfoort, The Netherlands (data in Dutch only)

   

Type of institution for collective action

Waterschap

Name/description institution  

Polder en waterschap De Slaag

Country 

Nederland

Region

Eemland / Utrecht

Name of city or specified area 

Amersfoort

Further specification location (e.g. borough, street etc.)

De polder De Slaag is gelegen op de rechteroever van de Eem, ten noordwesten van Amersfoort.

Surface area and boundaries

De zuidgrens werd gevormd door de Vudijk, aan de andere zijde waarvan het waterschap De Malesluis lag, de oostgrens was de Martjesweg (grens met Overzeldert), respectievelijk de Slaagseweg (grens met Neerzeldert). In het noorden vormde de Neerzeldertse wetering de afscheiding van het waterschap Eemland. De polder had een omvang van ca 397 dammaten. Eind 19e eeuw werd de omslag geheven over ruim 220 hectare.

Foundation/start of institution, date or year

Het bestuur voor de Slaagse dijken, dat in 1393 gevormd werd, bestond uit vier heemraden.

Foundation year: is this year the confirmed year of founding or is this the year this institution is first mentioned?

Het archief is niet compleet. Van vóór 1800 is alleen het rekeningboek 1638 - 1698/99 overgebleven. Blijkens een vermelding in Johan van de Water's Groot Placaatboek van Utrecht (deel II p. 187) moet er een ouder register of rekenboek geweest zijn, waarin in 1644 de tekst van de schouwbrief van 1393 en van de ongedateerde dijkcedulle werden ingeschreven.

Foundation act present?

Nee.

Description of Act of foundation

Schouwbrief van 1393. Volgens Van de Water zou er een ouder register of rekenboek geweest zijn in 1644 waarin de tekst van de schouwbrief van 1393 en van de ongedateerde dijkcedulle werden ingeschreven

Year of termination of institution

Door Provinciale Staten van Utrecht op 4 juli 1928.

Year of termination: estimated or confirmed?

Absoluut.

Act regarding termination present?

 

Ja.

Description Act of termination

Laatste notulen 1928 van waterschap de Slaag, of overgangsdocument waterschap Beoosten de Eem.

Reason for termination?

Op 1 januari 1929 kon het bestuur van het nieuw gevormde waterschap Beoosten de Eem beginnen

Recognized by local government?

Ja: bisschop van Utrecht en ‘burgemeesters, schepenen en gemene raad van Amersfoort’, 5 maart 1393. (volgens GPU, 1729 dl.2 p.186-187)

 

In 1598 namen de Staten van Utrecht het benoemingsrecht van de twee heemraden (van de bisschop) over (schouwbrief van 1598).

Concise history of institution

Het gebied dat in de oudst bekende schouwbrief (1393) van het waterschap ‘De Slaag’ wordt genoemd is een klein maar veelzijdig stukje grond. Het grootste deel van De Slaag viel wat rechtsmacht en tienden betreft onder de Sint-Paulusabdij, maar daarnaast behoorde een deel ook nog tot het directe bezit van de bisschop van Utrecht en de abdij van Elten. Deze situatie was een weerslag van de verdeling van hoeven in Soest, waartoe De Slaag vóór de veertiende eeuw als waarschap ‘Soestbroek en Soestmaat over de Eem’ behoorde. De stormvloed in het jaar 1170, waardoor de Zuiderzee een open verbinding met de Noordzee kreeg, zorgde voor een betere afwatering in het gebied. Het is aannemelijk dat (zeker) vanaf die tijd het gebied ‘over de Eem’ vanuit de hoeven van Soest als hooiland is gebruikt.

 

Al voor de tiende eeuw was er sprake van bewoning en ontginning op diverse zandhoogten langs de oostkant van de Eem. In het gebied van de Slaag vanuit het zuiden gezien: de Hogerhorst en Krachtwijk, landinwaarts een hoogte bij de Vudijk, aan de Eem (voormalig ín de Eem) de Hamelenberg en ten noorden van De Slaag aan de Eemzijde de Netelenberg en Wolkenberg. Krachtwijk was nog in de vijftiende eeuw een goed van 23 morgen groot, bestaande uit hooiland en een brink met bouwland verdeeld over drie engen. In 1415 verkocht de familie Van Krachtwijk dit tijnsgoed van de abdij van Elten aan het regulierenklooster te Utrecht. Dit klooster heeft later ook rechten binnen het aangrenzende gebied van De Slaag. Vanuit de hoogte de Hamelenberg, bij de Vudijk en noordelijker langs de  Eem is men begonnen met kleinschalige ontginning. Broer maakt aannemelijk (p.306) dat - vóór de schenking aan de Paulusabdij in de elfde eeuw -de hoogten van het Hoogland ten oosten van de Eem vanuit het bisschoppelijk domein van Soest en Hees is ontgonnen. In 1254 werden er tienden ten oosten van de Eem, o.a. van de Wolkenberg, geheven door de heren van Lokhorst, in leen van de Sint-Paulusabdij. Uit een rekening van de schout van Amersfoort in 1328 is af te leiden dat op de Hamelenberg niet alleen een hofstede, maar ook enkele huizen stonden.

 

In 1371 wordt het gebied voor het eerst vermeldt als ‘de Slaghe’, waarna ongeveer in vier etappes het gebied in ‘slagen’ is verdeeld. In het zuiden bij Krachtwijk wordt een Smalle of Kleine Slaag onderscheiden, in het noorden begrensd door een watergang die uitkwam op de Kleine Slaagse sluis. Dit gebied, of het er net achterliggende wordt ook wel de Nieuwe Slaag genoemd. Het grootste deel, vanaf de Hamelenberg wordt de Oude Slaag genoemd, waarvan een deel ook als de Oude Krachtwijkerslaag vermeld wordt en het gebied direct grenzend aan de Hamelenberg het Slaagje. Dit wijst op (mede)ontginning vanuit Krachtwijk en de Hamelenberg. In de polder en later het waterschap De Slaag is dus sprake van gefaseerde ontginning vanuit verschillende richtingen en met aanspraken van verschillende grote rechthebbenden.

 

De oudst bekende schouwbrief is van 1393, waarbij opvalt dat het toezicht op de nieuwe Slaagse dijk niet aan de schout van Soest, maar die van Overzeldert toevalt. De polder hoort verder overwegend tot het gerecht van Soest. Ondanks ontginning vanuit Soest en aan de abdij behorende hoogten, is de ontginning vanuit Krachtwijk en de aanleg van een wetering vanuit Overzeldert de waarschijnlijke reden dat het dijkbestuur onder de schout van Overzeldert hoort. Deze handelt namens de bisschop van Utrecht. Dit kan dus te maken hebben met het feit dat de Overzeldertse wetering later is aangelegd en aangesloten op de Slaagse wetering waarvan het water werd afgevoerd via de Grote Slaagse sluis. De geërfden van Overzeldert moesten ook de Slaagse wetering onderhouden, alhoewel de geërfden van De Slaag de sluis hadden gebouwd en moesten onderhouden. Apart te vermelden valt dat de Hamelenberg onder Soest blijft vallen en in 1393 ook buiten de nieuwe dijk blijft.

 

De schouwbrief uit 1393 laat zien dat alleen grondeigenaren die buiten het gebied wonen bij het dijkbestuur zijn betrokken. Onder gezag van de bisschop, de heer van Abcoude (eigenaar van de Hamelenberg) en het stadsbestuur van Amersfoort wordt de dijk aangelegd. De dijk wordt bij Krachtwijk landinwaarts verlengd (Vudijk) om de noordelijk gelegen polders tegen opkomend rivierwater uit het zuiden te beschermen. De bouw van deze dijk zorgde ervoor dat een aantal kleinere ontginningen werden samengevoegd tot één polder. Mijnsen-Dutilh (p.70) spreekt het vermoeden uit dat de reden voor dijkaanleg een stormvloed in 1393 is geweest.

Special events? Highs and lows? Specific problems or problematic periods?

De oudste vermelding van een apart college van heemraden voor het dijkbestuur in Eemland t.b.v. de Slaagse dijk dateert uit het jaar 1393.

 

Na de dijkdoorbraak in 1409 bij Spakenburg staat De Slaag niet vermeld als waterschap waarvan de geërfden zouden meedelen in de kosten. Dit kan te maken hebben met het feit dat het heemraadschap eerder een dijkbestuur dan een ‘waterschap’ voor een poldergebied.

 

In 1464, 1531 en 1533 bouwen omliggende polders voort op hun recht om niet mee te hoeven betalen aan het onderhoud van de zeedijk bij Bunschoten en Spakenburg, ook al waren ze te hulp geschoten en beschermde de dijk ook hun gebied. De Slaag wordt daarbij niet met name genoemd.

 

Na de overstromingen in Eemland in de zeventiger jaren van de zestiende eeuw waren alle dijken in slechte staat. In 1578 kwam bij arbitrale uitspraak een regeling tot stand betreffende de dijkplicht voor de Veendijk (behorend aan Bunschoten). Aanvankelijk wilden de geërfden in de polder De Slaag niet bijdragen in de kosten van het onderhoud van de Veendijk, onder aanvoering van het argument dat zij hun eigen dijken zouden onderhouden. Het dijkonderhoud is waarschijnlijk niet goed uitgevoerd, want in 1582 begonnen de geërfden onder de Veen- en Veldendijken wonende te Utrecht en te Amersfoort, een proces. Het proces werd gevoerd voor de Staten van Utrecht om de dijkplichtige geërfden in Eemland, De Slaag en onder Bunschoten (w.b. de Veldendijk) te dwingen hun dijken te herstellen.

 

De geërfden van De Slaag wendden zich in 1598 met een verzoekschrift tot de Staten van Utrecht om aanpassing van hun schouwbrief uit 1393 te verkrijgen. Zij voerden aan, dat de dijk niet behoorlijk werd onderhouden,omdat de bisschop en de heer van Abcoude al sinds lange tijd geen heemraden hadden aangewezen, zodat het bestuur niet voltallig was en dus niet toereikend voor onderhoudswerkzaamheden. In 1598 namen de Staten van Utrecht dit benoemingsrecht van twee heemraden over. Daarnaast werd het aantal door de geërfden gekozen heemraden meteen uitgebreid, namelijk twee heemraden te kiezen door de geërfden wonende te Amersfoort en een door die wonende te Utrecht. In 1638 werd de schade hersteld waarbij waaien waren ontstaan en bij de sluis die in 1651 ten gevolge van doorbraken onklaar was geraakt. Deze doorbraak in 1651 werd veroorzaakt door de Sint Pietersvloed in maart.

 

De geërfden besloten een aantal malen tot verhogen en verzwaren van de dijken. In 1657, 1667 en 1684 na stormvloeden. Overigens wordt in de tweede helft van de 17e eeuw ook in veel andere jaren melding gemaakt van herstellingen wegens ernstige stormschade.

 

Het recht om de hoogte van de dijk te bepalen hadden de Gedeputeerden der Staten in 1667 overgelaten aan de heemraden van De Slaag. Het dijkbestuur van de Bunschoter Veen- en Veldendijk beschouwde deze beschikking uit 1667 als een aanvulling op hun in de Sententie Arbitrael (1603) gegeven bevoegdheden. Het heeft tot 1880 altijd gemeend, dat die bevoegdheid ook gold voor de Slaagse dijken. Dijkgraaf en hoogheemraden hadden daarom in 1817 al geprobeerd met instemming van de heemraden van De Slaag de dijken te verhogen. Maar dat was door de Staten verboden onder druk van Amersfoort en de gemeenten in de Gelderse Vallei en op de westoever van de Eem, die het hoge water vreesden als dat niet meer over de Slaagse dijken zou kunnen afvloeien.

 

In het begin van de negentiende eeuw functioneerde het bestuur niet goed. De Slaagse dijken, die al in slechte toestand verkeerden, leden ernstige schade door de stormen en overstromingen van 1825, 1827 en 1834. In 1835 kwam het dijkonderhoud in de provincie aan de orde in de Provinciale Staten van Utrecht. In aansluiting daarop nodigden Gedeputeerde Staten alle dijkbesturen uit tot herziening van hun reglementen voor zoveel nodig, in de zin van de wet van 28 april 1835. De heemraden van De Slaag antwoordden hierop, dat er in hun archief geen reglement voor het onderhoud van de dijk aanwezig was, maar dat men er een zou ontwerpen. De vergadering van ingelanden besloot vervolgens op 28 september 1836, op grond van een ontwerp polderreglement, dat dit door vier hoofdingelanden met het bestuur nader zou worden vastgesteld. Dat gebeurde in 1838. Zo werd het nieuwe schouwreglement goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 13 juli 1838 (nr 83).

 

Nadat het bestuur van het hoogheemraadschap in 1880 juridisch advies had ingewonnen - waaruit gebleken was dat schout en heemraden van De Slaag als enigen bevoegd waren de afmetingen van de Slaagse dijken vast te stellen - werd besloten de dijken te verhogen op kosten van het hoogheemraadschap. Dit werd door Gedeputeerde Staten verhinderd, omdat sinds 1819 de goedkeuring van de Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid vereist was voor werken van een waterschap waarbij belangen van anderen buiten dat waterschap betrokken waren. Deze toestemming werd geweigerd. Waarschijnlijk om dezelfde reden als in 1817.

 

De waterlozing werd in 1883 verbeterd door de aansluiting van het waterschap De Slaag op het stoomgemaal op de Neerzeldertse wetering, dat geëxploiteerd werd door De Gecombineerde Stoombemaling van de Zelderdsche Wetering. Het stoomgemaal werd in 1883 gebouwd door het bestuur van De Slaag in afwachting van de oprichting van het waterschap De Gecombineerde Stoombemaling, dat in 1884 tot stand kwam. Om het water uit De Slaag en Overzeldert te kunnen afvoeren naar het gemaal werd een verbindingswaterleiding aangelegd tussen de Slaagse- en de Zeldertse wetering, met een duiker door de Slaagse weg, op kosten van De Slaag en Overzeldert gezamenlijk.

 

Het stoomgemaal van 1883 werd in 1926 geëlektrificeerd met subsidie van het hoogheemraadschap. Een jaar later besloten de ingelanden van De Slaag de onderhoudslast voor de Slaagse wetering vanaf de Martjesbrug tot de nieuwe wetering naar de Zeldertse wetering voor rekening van het waterschap te nemen. De waterlozing van Overzeldert werd in 1928 verbeterd door de aanleg van de Polwetering. Nadat het waterschap De Slaag in 1929 was opgegaan in Beoosten de Eem werd de Grote Slaagse sluis gedicht door het hoogheemraadschap.

Membership

Numbers of members (specified)

Eventueel uit 'dijckcedulle van den Slage' (daterend uit de tweede helft van de 16e eeuw gezien de erin voorkomende namen van geërfden) die in 1644 werd gecopieerd uit een thans niet meer aanwezig rekeningboek van De Slaag. 

Membership attainable for every one, regardless of social class or family background?

Een bestuur van vier heemraden werd ingesteld om de dijk te schouwen, vier maal per jaar, samen met de schout van de bisschop te Zeldrecht (Overzeldert).

Specific conditions for obtaining membership? (Entrance fee, special tests etc.)

Uit begintijd niet bekend. In zeventiende eeuw zijn grondeigenaars stemhebbend lid.

Specific reasons regarding banning members from the institution?

Nee.

Advantages of membership?

Schout en heemraden mochten schuttingen aanleggen, evenals sluizen en watergangen met instemming van de meerderheid der geërfden. De grond blijkt veel op te brengen in pacht en verkoop. Voor de armenhuizen in Amersfoort gaat de verpachting samen met de afspraak dat levensmiddelen worden geleverd aan het armenhuis. 

Obligations of members? 

De geërfden 'die tot dien dijk hooren', waren verplicht om bij te dragen in de kosten van herstel van de dijk, aanbesteed door schout en heemraden na kwaadschouw, indien de onderhoudsplichtige van het betrokken slag niet voldoende bezit had om die kosten te betalen. Het land mocht niet vrij van dijkplicht worden verkocht.

 

Opvallend in de schouwbrief van 1393 is, dat er vier keer per jaar wordt geschouwd en dat de schout en heemraden bij de herstelwerkzaamheden aanwezig moeten blijven tot het af is, en de boetes per schouw aardig kunnen oplopen. Óf de dijk was erg kwetsbaar, óf er was sprake van spanning tussen de eigenaren en bewoners, omdat blijkt dat de dijk is aangelegd door buiten het gebied wonende eigenaren.

Literature on case study

  • Broer, C.J.C., 2000. Uniek in de stad. De oudste geschiedenis van de kloostergemeenschap op de Hohorst bij Amersfoort, sinds 1050 de Sint-Paulusabdij in Utrech (…)(ca. 1000 – ca. 1200). Utrecht: Broer en De Bruijn.
  • Dekker, C., 2000. Een zeer oud en voornaam college. Geschiedenis van de malen op het Hoogland buiten Amersfoort, Amersfoortse Reeks 12. Amersfoort: Bekking.
  • Dekker, C. en Mijnssen-Dutilh, M., 1995. De Eemlandtsche Leege Landen. Ontginningen rond de mond van de Eem in de 12e en 13e eeuw, Stichtse Historische reeks 19.  Utrecht: Het Spectrum.
  • Hilhorst, J.H.M. en Hilhorst, J.G.M., 2001. Soest, Hees en De Birkt van de achtste tot de zeventiende eeuw. Hilversum: Verloren.
  • Kemperink, R.M., 1989. De mannen van Weede en Emmeklaar. In: J.A. Brongers et al. (red.), Amersfoortse opstellen. Amersfoort: Bekking.
  • Kemperink, R. et al. (red.), 2009. Bruid van d’Eem; geschiedenis van Amersfoort. Utrecht.
  • Mijnssen-Dutilh, M., 2007. Amersfoort lag aan zee, waterschapskroniek Vallei & Eem I (777-1616). Utrecht/Leusden: SPOU.

Sources on case study

  • Archief Eemland
    • Archief Polder en waterschap De Slaag, 1638-1928 (toegang 0708)
      • inv.nr. 30: Register van rekeningen van de polder De Slaag over de jaren 1638 - 1698/99.
      • inv.nr. 49: Fotokopieën van de resolutie van de schout van Zeldert en heemraden van de polder De Slaag tot uitzetting van een omslag ad 6 stuivers per dammaat vanwege de verhoging en verzwaring van de Slaagse dijken (...), orig. 1604.
    • Archief Waterschap beoosten de Eem (toegang 0724)
      • inv.nr.33: Stukken betreffende de afwikkeling en overname van eigendommen, administratie en personeelszaken van de waterschappen, opgeheven bij de oprichting van het waterschap Beoosten de Eem.
    • Archief  Stadsbestuur Amersfoort, 1300-1810 (toegang 0001.01)
    • Archief Gecombineerd Sint Pieters- en Bloklandsgasthuis te Amersfoort, 1326-1983 (toegang 0099)
      • inv.nr. 1115: Akte van transport ten overstaan van schout en schepenen van Soest door Johan Stuep Ricouts soen aan Rutgher van den Doem, ten behoeve van arme lieden in het nieuwe gasthuis bij het Spui te Amersfoort, van 2 dammaten hooiland voor Hamelenberg aan de Eem, geheten het Slaechghen (...), 1399.
      • inv.nr. 1357: Akte waarin Henric van Rijn en Beatrys, zijn zuster, vermaken aan het nieuwe gasthuis op het Spui en de Armen de Poth twee kampen land in de Oude Slaag (...), 1449.
    • Archief  Superintendenten belast met het beheer van de voormalige kloostergoederen, 1361-1819 (toegang 0001.02)
      • inv.nr. 3964-119: Akte van belening door de abt van Sint Paulus te Utrecht, ten overstaan van zijn leenmannen, van broeder Otto Zweders zoen, pater van de Cellebroeders van het klooster van Sint Augustinus te Utrecht, met het vierde deel van een perceel land in de Slaag (...), 1479.
      • inv.nr. 3830-028: Akte van erfpacht ten overstaan van de bisschoppelijke schout, de tijnsmeester vanwege de Regulieren van Krachtwijk, en landgenoten en buren van Overzeldert, door Jan Jacops van Heese en Deliaen, zijn vrouw, aan Heynric Jacops van 2 morgen land in drie kampen, gelegen in de Oude Slaag, geheten dat Oude Krachtwijker Slag, 1449.
    • Archief Heemraadschap van de Bunschoter Veen en Veldendijk, 1603-1941 (toegang 0701)
      • inv.nr. 34: Concepten en minuut van een verzoekschrift van de gecommitteerden vande geërfden in de polders onder de Veen- en Veldendijken wonende te Utrechten te Amersfoort, aan de Staten van Utrecht om een bevel tot dijkherstel bij provisie, 1582.
      • inv.nr. 38: 'Registre van de zaecken, acten en besoengien betreffende den Velden- ende Veendijck', houdende aantekeningen omtrent de handelingen van dijkgraaf enheemraden en afschriften van stukken van belang voor de administratie', 1604-1702, fo. 97.
      • inv.nr. 100: Ingekomen en minuten van uitgaande stukken, ingedeeld in rubrieken; comptabiliteit, 1929-42.  
      • inv.nr. 700: Uittreksel uit de resoluties van de Gedeputeerden van de Staten van Utrechthoudende beschikking op een verzoekschrift van dijkgraaf en heemraden tot machtiging van laatstgenoemden om bij nalatigheid van de dijkplichtigen hetherstel en onderhoud van de Eemlandse dijk op kosten van die dijkplichtigente doen uitvoeren, 1667.
  • Het Utrechts Archief
    • Archief Staten van Utrecht landsheerlijke tijd (toegang 58)
      • inv.nr. 349: Legger van het morgengeld in het Overkwartier en Eemland, met aantekeningen betreffende de ontvangst uit de zetting van 1501, 1501, fo. 208v-210.
    • Archief Paulusabdij te Utrecht (toegang 85-1)
      • inv.nr. 30: Leen- en tijnsregisters, 1380-1420, fo. 30; 162v-3; 192v-3.
  • Transcription of sources
    • Muller, S. Fz., 1889-91. De registers en rekeningen van het bisdom Utrecht, 1325-1336I,Werken Historisch Genootschap 53, p. 466 (vermelding te Hamelberghe). Den Haag: Kemink.
    • Van den Bergh, J.F.X., 1898. Het archief van het zeer oude en voorname Collegie van de Malen op het Hoogland buiten de stad Amersfoort: woordelijk naar het origineel berustende in Rijksarchieven te Utrecht  V, 's-Gravenhage (Nijhoff), pp. 234-5,; 277; 313-5.
    • Water, J. van de, 1658-1796. Groot placaet-boeck, vervattende de placaten, ordonnantien ende edicten van de doorluchtige, hoogh mog. heeren Staten Generael der Vereenighde Nederlanden ende vande ed. groot-mog. heeren Staten van Hollandt en West-Vrieslandt, mitsgaders vande ed. mog. heeren Staten van Zeelandt  (...) I, p. 426-31 en II, p.186-9. 's-Gravenhage: weduwe en erven Hillebrandt Jacobsz van Wouw. Online-version of this edition availavle here.

Links to further information on case study:

Current case study composed by

 Antheun Janse, Utrecht University

 

 

 

> Back to overview of casestudies