Case Studies - Waterboards - The Netherlands

Case study: Polder en Waterschap Neerzeldert, Amersfoort, The Netherlands (data in Dutch only)

   

Type of institution for collective action

Waterschap

Name/description institution  

Polder en waterschap Neerzeldert

Country 

Nederland

Region

Eemland / Utrecht

Name of city or specified area 

Amersfoort

Further specification location (e.g. borough, street etc.)

De polder Neerzeldert werd in het zuiden gescheiden van Overzeldert door de Zeldertseweg, in het oosten van de polder De Hond door de Werfdijk, in het noorden van De Haar door de Lodijk (langs de Zeldrechtse beek), en in het westen liep de grens aan de Slaagseweg langs de polders Eemland (van Baarn) en De Slaag (oorspronkelijk van Soest). Het gebied ligt ca 0.1 tot 0.3 m beneden N.A.P.

Surface area and boundaries

In 1806 werd opgave gedaan aan het Departementaal Bestuur 's Lands van Utrecht o.a. van de omvang van de polders Neerzeldert en Borgermaten: respectievelijk 540 dammaten 267 roeden en 25 dammaten 269 roeden. In de negentiende eeuw werden de Borgermaten kennelijk als onderdeel van Neerzeldert beschouwd, want bij de vaststelling van het bijzonder reglement in 1861 werden ze niet meer afzonderlijk vermeld.

Foundation/start of institution, date or year

Bij de bevestiging van het stadsrecht van Eembrugge in 1363 wordt de wetering van Zeldrecht vermeld als zuidgrens van het gerecht aan de oostzijde van de Eem, maar de ontginning van Zeldert heeft ongetwijfeld al veel vroeger plaats gevonden. Oorspronkelijk moeten de polders Over- en Neerzeldert één geheel hebben gevormd onder de naam Zeldrecht.

Foundation year: is this year the confirmed year of founding or is this the year this institution is first mentioned?

Een oorkonde van het stadsbestuur van Amersfoort uit 1492 maakt melding van een overeenkomst, gesloten door alle geërfden in Zeldrecht beneden 's weges, om een watermolen op te richten en op gemene kosten te onderhouden, evenals de reeds bestaande sluis. In 1526 werd opnieuw een overeenkomst van de geërfden van Nederzeldert bekrachtigd met een stadsoorkonde van Amersfoort. Hierin werd de procedure voor de verkiezing van de heemraden en de rentmeester vastgelegd en tevens werden de regels voor de schouw uitgebreid. Deze schouwbrief ging echter in Amersfoort door brand verloren, zoals blijkt uit de Landbrief van Neerzeldert, die op verzoek van de geërfden op 28 juli 1545 werd bekrachtigd door stadhouder en Hof van Utrecht.

Foundation act present?

Nee. Het eigen archief begint met het resolutieboek van heemraden en geërfden in 1661.

Description of Act of foundation

Een oorkonde van het stadsbestuur van Amersfoort uit 1492 maakt melding van een overeenkomst, gesloten door alle geërfden in Zeldrecht beneden 's weges, maar stichtingsdocument niet aanwezig.

Year of termination of institution

Door Provinciale Staten van Utrecht op 4 juli 1928.

Year of termination: estimated or confirmed?

Absoluut.

Act regarding termination present?

 

Ja.

Description Act of termination

Laatste notulen 1928 van waterschap Neerzeldert, of overgangsdocument waterschap Beoosten de Eem.

Reason for termination?

Op 1 januari 1929 kon het bestuur van het nieuw gevormde waterschap Beoosten de Eem beginnen

Recognized by local government?

Stadsoorkonde van Amersfoort, betreffende een overeenkomst aangegaan door de geërfden in Zeldrecht beneden de weg inzake de oprichting en het onderhoud van een watermolen, het onderhoud van de bestaande sluis en de bestendiging van de schouw van de gezworenen over de weg en watergangen. (Origineel in het archief van de bisschoppen van Utrecht inv.nr. 4, fo. 274v-275), d.d. 10 maart 1492.

 

De schouwbrief uit 1526 ging in Amersfoort door brand verloren, zoals blijkt uit de Landbrief van Neerzeldert, die op verzoek van de geërfden op 28 juli 1545 werd bekrachtigd door stadhouder en Hof van Utrecht, vrijwel tegelijk met de Landbrief voor de Haarse Lodijk.

Concise history of institution

De ontginning van de Zeldertse polder wordt door Broer en Dekker en door Mijnssen-Dutilh in de twaalfde eeuw geplaatst. Vóór die tijd is er al sprake geweest van kleinschalige ontginning vanaf zandhoogtes op het Hoogland waar zowel de bisschop van Utrecht als de Sint-Paulusabdij rechtsmacht en tiendrecht bezat. Het maalschap van Wede en Emmeklaar (Hoogland) had een direct aandeel in de ontginning naast de aanspraken van de bisschop en de abdij. De verdere ontginning tussen de Zeldertseweg en de natuurlijke afwatering via de beek Zeldrecht viel onder de rechtsmacht van de abdij en werd Neder- of Neerzeldert genoemd.

 

In het jaar 1170 zorgde een stormvloed ervoor dat de Zuiderzee een open verbinding met de Noordzee kreeg en mede door een klimaat optimum werd het moerasland van de Eemmond droger. Daarna worden omliggend gebied ontgonnen, zoals de polder De Haar en later Eemland en De Slaag. Door deze activiteiten werd het nodig om voor een betere afwatering te zorgen, waarvoor de (Neder)Zeldertse wetering werd gegraven. Bij de bevestiging van het stadsrecht van Eembrugge in 1363 wordt de wetering van Zeldrecht vermeld als zuidgrens van het gerecht aan de oostzijde van de Eem.

 

De bisschop wilde rond 1400 een groter interlokaal heemraadschap ten bate van bescherming van het Eemland door de Veen- en Veldendijk, maar de Amersfoortse bestuurselite zag dat niet zitten. In 1409 volgde een dijkdoorbraak. De geërfden van Zeldert waren betrokken bij het slaan van de herstelde zeedijk bij Spakenburg en zij verkregen daarvoor in 1409 vrijstelling van de onderhoudplicht van de dijk, want zij lieten de eenmaligheid van de hulp vastleggen. Bij de stormvloed van 1464 weigerde men, waaronder geërfden uit Utrecht, Amersfoort en Bunschoten, dan ook om nogmaals bij te springen. Arbitrage in 1467 leidde uiteindelijk tot een nieuwe afspraak, waarbij in principe bij nieuwe calamiteiten de gezamenlijke polders buiten Bunschoten de helft van de kosten voor hun rekening zouden nemen. In 1450 is sprake van de nieuwe wetering op Zeldert.

 

De oorkonde van het stadsbestuur van Amersfoort uit 1492 maakt melding van een overeenkomst, gesloten door alle geërfden in Zeldrecht beneden 's weges, om een watermolen op te richten en op gemene kosten te onderhouden, evenals de reeds bestaande sluis. Gemelde stormvloeden en wateroverlast 1477, 1493 en 1514, 1532 e.v. voeren de druk op om gezamenlijk regelingen te treffen, en in de tweede helft van de 16e eeuw neemt Karel V maatregelen om alle ingewikkelde belastingen en vrijstellingen om te zetten in één grondbelasting. Uiteindelijk laat landvoogd Alva in 1569 alle ‘Costumen en usantien van ‘t Quartier van Eemland’ optekenen.

 

Na de Unie van Utrecht, en zeker na de stichting van de Republiek volgde uiteindelijk uit de bemoeienis van de Gedeputeerde Staten van Utrecht de oprichting van de heemraad van de Bunschoter Veen- en Veldendijk in 1603. Onder gezag van de Staten van Utrecht werd later in de zeventiende eeuw ook het waterschap Neerzeldert opgericht. De voornaamste grondeigenaren behoren tot de elite in de steden Utrecht, Amersfoort en Bunschoten en hadden zelf ook zitting in de Staten van Utrecht. Het stadsbestuur van Amersfoort werkte samen met de Staten om het bedrag voor verbetering van de waterhuishouding voorgeschoten te krijgen.

Special events? Highs and lows? Specific problems or problematic periods?

De oudste vermelding van een wetering van Zeldrecht dateert uit 1363, de oorkonde van het stadsbestuur Amersfoort uit 1492.

 

In 1526 werd opnieuw een overeenkomst van de geërfden van Nederzeldert bekrachtigd met een stadsoorkonde van Amersfoort. Hierin werd de procedure voor de verkiezing van de heemraden en de rentmeester vastgelegd en tevens werden de regels voor de schouw uitgebreid. Daaronder vielen voortaan de wegen, dijken, weteringen en 'al dat gheen dat schoubaer is te schouwen'.Deze schouwbrief ging echter in Amersfoort door brand verloren, zoals blijkt uit de Landbrief van Neerzeldert, die op verzoek van de geërfden op 28 juli 1545 werd bekrachtigd door stadhouder en Hof van Utrecht, vrijwel tegelijk met de Landbrief voor de Haarse Lodijk.

 

In 1528 vindt de machtsoverdracht van de bisschop van Utrecht aan Karel V plaats, waarbij de grondheren in volle eigendom worden bevestigd, waardoor de boeren afhankelijk zijn van de wil van de grondbezitters.

 

Tot 1548 is er sprake van terugkerend oorlogsgeweld en onzekerheid over de rechtsgeldigheid van pacht en gebruik hetgeenveel boeren in armoede en grond ongebruikt laat. In 1578 vaardigt het Hof van Utrecht uiteindelijk een plakkaat uit tegen de inwoners die eigenaars willen beletten om met hun land te doen wat zij willen. De hele gemeenschap wordt aansprakelijk gesteld bij vernielen van eigendommen.

 

Naar aanleiding van de Unie van Utrecht (1579/80), waar Amersfoort zich niet bij wilde aansluiten, trekt oorlogsgeweld door de stad en het Eemland. Het stadsbestuur wil daarna de grondbelasting verhogen ter compensatie van het moeizame gebruik van de landerijen. Ondanks oorlogsgeweld en stormvloeden en de schade aan (de bruikbaarheid van) het land stijgt de waarde van de grond door toenemende vraag naar landbouwproducten.

 

Begin zeventiende eeuw blijft een regelmaat van stormen en vorstschade de druk opvoeren om in groter verband afspraken te maken. De grondeigenaars, meest rijke burgers uit omliggende steden, hebben er zelf baat bij om tot overeenstemming te komen en wenden zich gezamenlijk tot de Staten van Utrecht.

 

De landbrief van Neerzeldert werd in 1651 aangevuld met een resolutie van heemraden en geërfden betreffende het onder de schouw brengen en het onderhoud van de opgaande sloten, die tot dan toe buiten de schouw gebleven waren.

 

In 1659 werden de molens van De Haar en Neerzeldert vernieuwd en het beheer werd toen opgedragen aan enkele heemraden van beide polders gezamenlijk.

 

De economische toestand van de landstreek was in 1719 zeer slecht na de overstromingen van 1702, 1714 en 1718 en vanwege de heersende veeziekte. De dijk- en polderbesturen hadden moeite hun omslagen te innen. Met de polderbesturen van De Duist, De Haar, Neerzeldert, Het Nieuweland, De Hond en De Slaag verkreeg het polderbestuur van Overzeldert in 1719 een gunstige kantbeschikking van de Gedeputeerden der Staten van Utrecht om de uitgezette poldergelden gelijk de zeedijkgelden bij wanvoldoening door hun bode of ander persoon op het gewin van een stuiver op de gulden boven de kosten, ten laste van de wanbetalers, te doen innen en daarvoor paratelijk te executeren. De schouten waren namelijk onwillig om de executie te doen.

 

Uit 1753 dateert een concept-verzoekschrift van de heemraden aan de Gedeputeerden van de Staten van Utrecht om machtiging tot het aangaan van een lening van 1,500 gulden om de kosten te dekken van de reparatie en gedeeltelijke vernieuwing van de Neerzeldertse sluis

 

In 1861 werd het bijzonder reglement voor het waterschap Neerzeldert vastgesteld door Provinciale Staten van Utrecht.

 

Er werd door Overzeldert in 1882 besloten tot deelname aan de stichting van een stoomgemaal op de Zeldertse wetering samen met De Slaag, Eemland en Neerzeldert. Nadat de installatie onder leiding van het bestuur van De Slaag was gereedgekomen, werden eigendom, beheer en onderhoud overgedragen aan het hiertoe opgerichte waterschap De Gecombineerde Stoombemaling van de Zelderdsche Wetering. De percelen in Overzeldert droegen hiervoor de helft bij van de omslag die gold voor percelen in de andere drie deelnemende waterschappen.

 

In 1885 besluit de vergadering van stemgerechtigde ingelanden tot overdracht in beheer en onderhoud van de Zeldertse sluis aan het waterschap De Gecombineerde Stoombemaling van de Zelderdsche wetering, ten einde die sluis te veranderen in een brug. 

 

Akte van rectificatie (1892) inzake de eigendom van de Zeldertse weg, toebehorende aan het waterschap Neerzeldert, maar kadastraal abusievelijk geboekt staande als eigendom van Overzeldert. Besluit van de vergadering van stemgerechtigde ingelanden van Overzeldert tot afstand van alle rechten op de Zeldertse weg aan het waterschap Neerzeldert.

 

Het reglement van Neerzeldert onderging geen wezenlijke wijziging meer vóór de opheffing van het waterschap per 1 januari 1929.

Membership

Numbers of members (specified)

Vroegste lijst van heemraden is van 1661, maar geen vermelding van aantal leden. De in inv.nr.47 genoemde slagen zijn geen indicatie voor het aantal leden c.q. ingelanden.

Membership attainable for every one, regardless of social class or family background?

Blijkens de schouwbrief van 1716 bestond het bestuur van Overzeldert vanouds uit twee heemraden en een penningmeester. De heemraden werden gekozen op 22 februari (zoals in alle polders) uit en door de geërfden. De kiezers werden door het lot aangewezen uit de ingelanden. In die zin is lidmaatschap verbonden aan inwoning. De zittingstermijn was twee jaar, waarbij jaarlijks de langst zittende heemraad aftrad. Deze was alleen direct herkiesbaar als hij tussentijds in de plaats van een overledene was gesteld. Na de invoering van het bijzonder reglement (1861) werd het bestuur gevormd door een voorzitter en twee leden onder de naam van schout en heemraden. Deze moesten gegoed zijn met minimaal 2 bunders (ha). Of deze beperking eerder is ingesteld is niet beschreven.

Specific conditions for obtaining membership? (Entrance fee, special tests etc.)

-

Specific reasons regarding banning members from the institution?

Kantbeschikking d.d. 28 april 1719 van de Gedeputeerden van de Staten van Utrecht, gesteld op een verzoekschrift van de heemraden van de polders De Duist, De Haar, Over- en Neerzeldert, Het Nieuweland, De Hond en De Slaag tot machtiging om omslagplichtigen die weigerden de poldergelden te betalen, uitgezet ten behoeve van het onderhoud van sluizen, heulen, wegen, bruggen en watergangen, te doen executeren door hun bode. Het royeren van leden maakt hen tot ‘free rider’, waarom royement op zich niet voorkwam.

Advantages of membership?

Schout en heemraden mochten schuttingen aanleggen, evenals sluizen en watergangen met instemming van de meerderheid der geërfden. De grond blijkt veel op te brengen in pacht en verkoop. Voor de armenhuizen in Amersfoort gaat de verpachting samen met de afspraak dat levensmiddelen worden geleverd aan het armenhuis.  Bijvoorbeeld: het bevaren en vissen in de wetering was alleen aan ingelanden toegestaan. Voor het leggen van een brug over de ten zuiden van de weg gelegen Overzeldertse wetering was toestemming van de ingelanden vereist. Het beweiden van de Zeldertseweg en de Lodijk was verboden. De gezworenen mochten daarop aangetroffen dieren 'schutten': zij mochten deze meenemen en vasthouden totdat de eigenaar een boete had betaald.

Obligations of members? 

Bijvoorbeeld: in 1492 werd vastgesteld, dat zij samen met het merendeel van de geërfden een omslag konden uitzetten ten behoeve van het onderhoud van de molen of sluis. Met het recht om deze omslag, vermeerderd met de helft, te innen van onwilligen met hulp van een pander of van de schout. Ook zouden de gezworenen de gebruikelijke drie schouwen voeren over de weg en de watergangen, zoals zij al lange tijd gewoon waren te doen. Na de derde schouw konden zij zo nodig het onderhoudswerk aanbesteden en de kosten, verhoogd met de helft, verhalen op de nalatige onderhoudsplichtige.

 

Belangrijkste verplichting van leden was het onderhouden en indien nodig herstellen van hun dijkvak c.q. onderhoud van wetering en sluis.

Literature on case study

  • Broer, C.J.C., Uniek in de stad. De oudste geschiedenis van de kloostergemeenschap op de Hohorst bij Amersfoort, sinds 1050 de Sint-Paulusabdij in Utrech (…)(ca.1000 – ca.1200)(Utrecht, 2000)
  • Dekker, C., Een zeer oud en voornaam college. Geschiedenis van de malen op het Hoogland buiten Amersfoort, Amersfoortse Reeks dl.12 (Amersfoort 2000)
  • Dekker, C. en Mijnssen-Dutilh, M., De Eemlandtsche Leege Landen. Ontginningen rond de mond van de Eem in de 12e en 13e eeuw. Stichtse Historische reeks 19 (Utrecht 1995)
  • Hilhorst, J.H.M. en Hilhorst, J.G.M., Soest, Hees en De Birkt van de achtste tot de zeventiende eeuw (Hilversum 2001)
  • Kemperink, R.M., De mannen van Weede en Emmeklaar, in: Brongers, J.A. (e.a., red.) Amersfoortse opstellen (Amersfoort 1989)
  • Kemperink, R. e.a. (red), Bruid van d’Eem. Geschiedenis van Amersfoort (Utrecht 2009)
  • Mijnssen-Dutilh, M., Amersfoort lag aan zee, waterschapskroniek Vallei & Eem,  dl. 1 (777-1616) (Utrecht/Leusden 2007)

Sources on case study

  • Archief Eemland, toegangsnummer: 0706, archieftitel: Polder en waterschap Neerzeldert, 1631-1928, met name inv.nr. 4 (laatste notulen tot 1928), 14, 49, 57 (stichtingsdocument)
  • Archief Eemland, toegangsnummer: 0707, archieftitel: Polder en waterschap Overzeldert, 1703-1928
  • Archief Eemland, toegangsnummer: 0711, archieftitel: Polder en waterschap De Haar, 1545-1928, inv.nrs. 35, 68
  • Archief Eemland, toegangsnummer: 0724, archieftitel: Waterschap beoosten de Eem, inv.nr.33 (opheffing waterschap)
  • Archief Eemland, toegangsnummer 0710, archieftitel: Gecombineerde Stoombemaling van de Zelderdsche Wetering,  inv.nr. 27
  • Archief Amersfoort, toegangsnummer 0701, archieftitel: Hoogheemraadschap van de Bunschoter Veen- en Veldendijk, 1603-1942, inv.nr. 275
  • Water, J. van de, Groot Placaatboek ... ‘s lands van Utrecht ... tot het jaar 1728, GPU, dl. II p. 49-53, 477
  • Moorrees C.W. en Vermeulen P.J., “mr. Johan van de Waters Groot Plakkaatboek ‘s lands van Utrecht aangevuld en vervolgd tot het jaar 1810”, dl. II, p. 210, 474-475 (Utrecht 1860)
  • Bergh J.F.X. van den, “Het archief van ... de Malen op het Hoogland...”,  dl. V, p. 184-185 ('s-Gravenhage 1898) 

Links to further information on case study:

Current case study composed by

 Antheun Janse, Utrecht University

 

 

 

> Back to overview of casestudies