Case Studies - Waterboards - The Netherlands

Case study: Waterboard of the river Eem, The Netherlands (data in Dutch only)   

  

Type of institution for collective action

Waterschap

Name/description institution  

Heemraadschap van de Rivier de Eem, beken en aankleve van dien

Country 

Nederland

Region

  • Gelderse Vallei
  • Eemland

Name of city or specified area 

Gemeente Leusden

Further specification location (e.g. borough, street etc.)

-

Surface area and boundaries

  • Utrechts-Gelderse Vallei: ca. 54,000 ha.
  • Eemland: ca. 25,000 ha.
(Kienhuis 1978, 456)

Research question relating to the case study

  1. Waren er verschillen in de schouwprocedure tussen het heemraadschap en de schouwprocedure bij de verschillende gerechten in de latere gemeente Leusden?
  2. Waren er bij het Heemraadschap verschillen in de hoogte van de boete afhankelijk van de plaats van de overtreding?
  3. Waren er verschillen in de hoogte van de boetes voor een soortgelijke overtreding bij de schouw door het heemraadschap of bij de schouw voor wegen en sloten in de voormalige gerechten van de latere gemeente Leusden?

Foundation/start of institution, date or year

4 juni 1616

Foundation year: is this year the confirmed year of founding or is this the year this institution is first mentioned?

Datum waarop door de Staten van Utrecht een ordonnantie  werd uitgegeven m.b.t. de schouw en de hoefslaging van de rivier de Eem en bijbehorende beken.

Foundation act present?

Ja.

Description of Act of foundation

Ordonnantie op de Schouwe en de Hoefslaging van de Rivier de Eem, mitsgaders van de Oude Eem, ende de Beken , als namelijk van de Heiligenbergse -, Flier- en Modderbeken, haar water in de voorsz. Oude Eem lossende (Van de Water 1729, 178-85).  

Year of termination of institution

1949.

Year of termination: estimated or confirmed?

Bevestigd.

Act regarding termination present?

Ja.

Description Act of termination

Besluit van de 30ste november 1948 2e afd. nr 4142/2061 houdende afkondiging van het gemeenschappelijk besluit van de Staten van Utrecht en Gelderland inzake oprichting en opheffing van waterschappen van de Gelderse Vallei.

Reason for termination?

Vanwege herindeling van waterschappen werd het grootste gedeelte van het Heemraadschap opgenomen in het waterschap van de Heiligenbergerbeek en het deel dat behoorde tot het stroomgebied van de Flierbeek werd ondergebracht bij het waterschap van de Barneveldse Beek.

Recognized by local government?

Zowel oprichting in 1616 als opheffing in 1949 werden gesanctioneerd door de Staten van Utrecht.

Concise history of institution

Leusden

Rond 1600 bestond de geografische situatie ten zuiden van Amersfoort uit de Vrijheid van Amersfoort, de Heerlijkheid Stoutenburg en het gerecht Leusden c.s. bestaande uit de ambachtsheerlijkheid Leusden en de gerechten Leusbroek, Hamersveld, Snorrenhoef en Donkelaar. In 1715 werden de genoemde gerechten samengevoegd tot de ambachtsheerlijkheid Leusden; het gerecht Donkelaar, als enclave vrijwel geheel omgeven door de gemeente Woudenberg, ging in 1830 over naar de gemeente Woudenberg.

 

In 1811 gingen de respectievelijke ambachtsheerlijkheden Leusden en Asschat samen op in de gemeente Leusden. In 1969 uiteindelijk werd de huidige gemeente Leusden gevorm uit de voormalige gemeente Leusden en de gemeente (tot 1811 ambachtsheerlijkheid) Stoutenburg.

 

Heemraadschap 

‘ Ed. Regeerders van de stad Amersfoort, als verscheydene Landgenoten en Bruykers der Landen, boven en beneden omtrent de voorsz. Stad gelegen , met grote en excessieve kosten, moeyten en arbeyd hebben doen verdiepen en verbreden de rivier strekkende van Amersfoort in de Zuyderzee, genaamt de Eem, mitsgaders het Canaal, genaamt de Oude Eem’, zo luidde de aanhef van de Ordonnancie op de Schouwe en de hoefslaging van de Rivier de Eem van 1616. De oprichting van het Heemraadschap was in eerste instantie bedoeld ter regulering van de gemaakte kosten in de jaren 1613-15. Om enkele jaren later niet weer met dezelfde problematiek geconfronteerd te worden werd daarom het onderhoud in natura aan de slagen langs de Eem, Oude Eem en de beken in een schouwreglement opgenomen.  Het Heemraadschap van de Rivier de Eem was verantwoordelijk voor het toezicht, controle en onderhoud van de rivier de Eem, de Oude Eem en de beken Heiligenbergerbeek, Modderbeek, Moorsterbeek en Flierbeek. De watertoevoerende watergangen ten zuiden van Amersfoort waren voor wat betreft het onderhoud een verantwoordelijkheid van de verschillende gerechten.

 

Na jarenlange discussie in de jaren 1860 kwam er uiteindelijk in 1871 een nieuw reglement voor het Heemraadschap van de rivier de Eem, beken en aankleve van dien. Daarna duurde het nog bijna vijf jaar alvorens er, afgeleid uit dit nieuwe reglement, ook een nieuwe keur of politieverordening kwam; de daarop volgende keur of politieverordening was die van 1896. Aangezien geen latere keuren zijn gevonden, werd er in de twintigste eeuw kennelijk geschouwd met de keur van 1896. Het belang van de schouw werd minder vanaf 1874, toen gefaseerd de mogelijkheid geboden werd tot de overdracht van het onderhoud in natura aan het Heemraadschap. Hier werd op grote schaal gebruik van gemaakt.

Special events? Highs and lows? Specific problems or problematic periods?

Een specifiek probleem voor het Heemraadschap was de ongecontroleerde afwatering van het zuidelijk (Gelderse) deel van de Vallei (Mijnssen-Dutilh 2001, 477). In 1652 hadden onderhandelingen tussen de Staten van Utrecht en Gelderland niet tot een oplossing geleid met betrekking tot de afwatering van het zuidelijk gebied. Deze problemen waren ontstaan door het afgraven van de zes meter dikke veenlaag in de omgeving van Veenendaal. Hierdoor was de natuurlijke waterscheiding tussen het zuidelijk deel van de Vallei en het noorden verdwenen.(Mijnssen-Dutilh 2001, 467). Bij overstroming en dijkdoorbraak van de Lekdijk bij Wageningen / Rhenen, liep het water de Gelderse Vallei in. Hierdoor hadden de noordelijker gelegen streken, inclusief Amersfoort, last van hoog water. Het gevolg was dat er een slaperdijk werd aangelegd, als vervanger van de voormalige natuurlijke waterscheiding en waarvan de onderhoudskosten gedragen werden door de vier communiteiten: Amersfoort, Leusden, Woudenberg, en Renswoude.

Membership

Numbers of members (specified)

Omdat voorwaarden waren verbonden aan een stemgerechtigd lidmaatschap kunnen in de Ordonnancie opgenomen overzichtslijsten van gehoefslaagden niet gelden als een soort ledenlijst. Totalen zijn aan de hand van deze stukken moeilijk vast te stellen. Daarvoor zullen we in de diverse leggers moeten nagaan, wie de geërfden waren en hoe groot hun eigendom was. Daarnaast waren grote stukken toebedeeld 'aan die van', waarmee een bepaalde communiteit of gerecht werd bedoeld. Met ingang van het nieuwe reglement in 1871 werd wel duidelijk, dat naast geërfdheid ook de omvang van de jaarlijks te betalen grondbelasting van belang was voor de hoeveelheid uit te brengen stemmen. Hoe meer grondbelasting hoe meer stemmen (tot maximaal 10 stemmen per geërfde).

Membership attainable for every one, regardless of social class or family background?

Uit de bestuurlijke beschrijving van het Heemraadschap blijkt, dat alleen de geërfden (=bezitters van grond) stemrecht hadden, mits zij ook voldeden aan een vooraf vastgestelde bezitswaarde of hoeveelheid grond, waarover belasting werd betaald. Zogenaamde keuterboertjes (die meestal geen belasting betaalden) waren uitgesloten. 

Specific conditions for obtaining membership? (Entrance fee, special tests etc.)

 -

Specific reasons regarding banning members from the institution?

Neen, want dan zouden deze uitgesloten en vrijgesteld zijn van de verplichting tot het betalen van een voor alle geërfden geldende ‘algemene omslag’ en sommige jaren een ’bijzondere omslag’.

Advantages of membership?

-

Obligations of members? 

Alle geërfden binnen het Heemraadschap waren verplicht ‘lid’ van het Heemraadschap en verplicht een algemene omslag en een bijzondere omslag te betalen. De algemene omslag betrof een bedrag voor alle ‘leden’  afhankelijk van een van de drie districten waarin men was ingedeeld. De bijzondere omslag verschilde van jaar tot jaar en was afhankelijk of het Heemraadschap collectieve kosten had gemaakt voor een bepaalde beek en deze kosten ten laste bracht van de gehoefslaagden aan die beek. Voorbeelden hiervan waren: afsnijden van bochten, op diepte brengen van een beek, baggerwerkzaamheden, etc. . 

 

De leden, de geërfden, waren verplicht om het onderhoud aan hun slag in natura uit te (laten) voeren. Praktisch hield dit in dat de gebruikers hun slag (stuk grond) naar behoren dienden te onderhouden en op de  schouwdag hun slag ter controle van de schouwploeg moesten aanwijzen.

Pas met de inwerkingtreding van een nieuw reglement in 1871 bestond de mogelijkheid om het onderhoud in natura middels afkoop over te doen aan het Heemraadschap. Gefaseerd gebeurde dit dan ook in de periode tussen 1874 en 1945.

Beantwoording vraagstelling

Vraag a: Waren er verschillen in de schouwprocedures tussen het heemraadschap en de gerechten in de latere gemeente Leusden?

Neen, want de schouwprocedures voor zowel het Heemraadschap, als de gerechten waren vrijwel identiek. In voor - en najaar vonden er in beide situaties schouwen plaats, waarbij van de gebruikers van de aan de beken en waterleidingen gelegen slagen werd verwacht, dat zij hun slag conform de richtlijnen gegeven in de schouwbrieven, schouwcedullen, keuren of politieverordeningen hadden onderhouden (Morrees en Vermeulen 1856, 505; 507-8).

 

Indien op de schouwdag werd geconstateerd dat dit niet gebeurd was, kreeg men een boete en werd er 8 of 14 dagen later een naschouw gehouden. In de schouwbrieven van de gerechten werden vaak kortere hersteltijden aangehouden: in de gerechten was dit meestal binnen één of twee etmalen, voor het Heemraadschap moest bij de naschouw het geconstateerde gebrek zijn hersteld. Was het gebrek bij de naschouw niet hersteld, dan volgde een dubbele boete en werd het werk publiekelijk aanbesteed ten laste komend van de in gebreke gebleven gebruiker, vermeerderd met 1/3 penning – tot 1876 –  ten gunste van het Heemraadschap of het gerecht.

 

Vraag b: Waren er bij het Heemraadschap verschillen in de hoogte van de boete afhankelijk van de plaats van de overtreding?

Ja, voor de meest voorkomende overtredingen – zoals blijkt uit mijn essay –, namelijk de artikelen 27, 28, en 36 werd er verschil gemaakt tussen het gebied van de Eem/Oude Eem en de beken. ‘Het niet op orde hebben van zijn slag’  werd in het bekengedeelte twee keer zo zwaar gestraft als in het  rivier-gedeelte, terwijl ‘het niet aanwijzen van zijn slag’ in het riviergedeelte twee keer zo zwaar werd bestraft.

 

Het schouwreglement van het Heemraadschap, dat van 1616 tot 1876 met betrekking tot de schouwprocedures en boetes ongewijzigd functioneerde, kende een groot aantal overtredingen die konden worden beboet. De beperkte boetegegevens uit de negentiende eeuw lieten zien, dat bijna alleen maar de twee hierboven genoemde overtredingen voorkwamen.

 

Vraag c: Waren er verschillen in de hoogte van de boetes voor een soortgelijke overtreding bij de schouw door het heemraadschap of bij de schouw voor wegen en sloten in de voormalige gerechten van de latere gemeente Leusden?

Voor wat betreft de twee meest voorkomende boetes heb ik een inventarisatie gemaakt van de hoogte van deze boetes binnen het Heemraadschap en deze vergeleken met dezelfde overtredingen in de gerechten in en rondom Leusden. Daarnaast is er met betrekking tot de overtreding ‘het niet op orde hebben van zijn slag’ een vergelijking gemaakt met de polders gelegen ten noorden van Amersfoort.

 

Conclusie is, dat bij de uitvoering van het onderhoud in natura binnen het Heemraadschap er stroomopwaarts in de beken strenger gestraft werd dan stroomafwaarts aan de rivier. Blijkbaar waren de gevolgen van slecht onderhoud in de beken groter dan aan de rivier, die ten noorden van Amersfoort meer de functie had van door en afvoer van verzameld beekwater. In het bekengedeelte was de drainagefunctie naast de afvoerfunctie erg belangrijk.

 

Voor wat betreft de hoogte van de boete in de gerechten Leusderbroek, Hamersveld en Stoutenburg, die verantwoordelijk waren voor de afvoerende waterleidingen (kleinere sloten), bleek geen uniformiteit in de beboeting van eenzelfde overtreding. Een onderzoek naar de reden hiervoor is misschien een onderwerp voor nadere studie. Verder bleek, dat de polders ten noorden van Amersfoort wel uniformiteit hadden in de beboeting van ‘het niet op orde hebben van zijn slag’, maar dat de hoogte van de boete de helft of meer lager was dan in het bekengedeelte van het Heemraadschap. Blijkbaar waren de gevolgen van slecht onderhoud hier minder erg of was de noodzaak voor dit algemeen als hooi-  en weiland gebruikte gebied minder aanwezig.

Literature on case study

  • Kienhuis, J.H.M. et al., 1987. Reorganisatie waterschappen Utrechts-Gelderse Vallei. Waterschapsbelangen 72 (14), pp. 455-63.
  • Mijnssen-Dutilh, M., 2007. Amersfoort lag aan zee. Waterschapkroniek Vallei & Eem I (777 - 1616). Utrecht/Leusden: SPOU.
  • Mijnssen-Dutilh, M., 2001. Fiere disputen en heftige krakelen. Leusden Toen, 17 (2), pp. 465-7 en 17 (3), pp. 477-81.
  • Moorrees, C.W. en Vermeulen, P.J., 1856-60. Mr. Johan van de Water’s Groot plakkaatboek ‘sLands van Utrecht/ aangevuld en vervolgd tot het jaar 1810. Utrecht: Kemink.
  • Stol, T., 1992. De gevolgen voor de waterstaat. In: De Veenkolonie Veenendaal, Turfwinning en waterstaat in het zuiden van de Gelderse Vallei 1546-1653, Stichtse Historische reeks XVII (Zutphen: Walburg Pers ), pp. 194-220.
  • Water, Johan van de, 1729. Groot placaatboek vervattende alle de placaten, ordonnantien en edicten, der edele mogende heeren Staten ’s Lands van Utrecht, mitsgaders van de ed. groot achtb. heeren borgemeesteren en Vroedschap der stad Utrecht, tot het jaar 1728 ingesloten (...) II. Utrecht: Jacob van Poolsum. Online-versie hier beschikbaar.

Sources on case study

  • Eemland Archief
    • bibliotheek nr 4168, opgenomen Besluit van de 30ste november 1948 2e afd. nr 4142/2061, houdende afkondiging van het gemeenschappelijk besluit van de Staten van Utrecht en Gelderland inzake oprichting en opheffing van waterschappen van de Gelderse Vallei, zie ook Eemland Archief: bibliotheek nr 2297.
    • Conglomeraat van archieven van de gerechtsbesturen van Leusden en Asschat en daarmee samenhangende organisaties, 1613-1813 (toegang 0600)
      • inv.nr. 194, Schouwbrief van de weg en waterlopen van Leusbroek, 1654.
      • inv.nr. 195,Schouwbrieven voor de wegen en wateren van Hamersveld, met rekening voor de uitvaardiging van de schouwbrief, 1663, 1664, 1762.
      • inv.nr. 203, Schouwbrief door de Staten van het Land van Utrecht aan de geërfden van Hamersveld, Snorrenhoef en Asschat voor de wegen,wateren en bijkomende werken in hun Gemeenschappelijk territoir,1613.
      • inv.nr. 210, Stukken betreffende het treffen van voorzieningen ter verbetering van het onderhoud van de Asschatterweg als onderdeel van de postwagenroute tussen Arnhem en Amsterdam, waaronder de herziening van de schouwbrief voor de geërfden van Hamersveld, Snorrenhoef en Asschat uit 1613 en de instelling van een tol voor de Asschatterweg, 1787-1794.
      • inv.nr. 211, Renovatie ende Ampliatie der Schouwcedulle van de wegen en waterlosinge van Hamersveld, Snorrenhoef en Asschat, 1792.

 

  • Het Utrechts Archief
    • Kleine archieven van Heerlijkheden en Huizen in de provincie Utrecht, Archief van de Heerlijkheid Stoutenburg
      • inv.nr. 36, Schouwbrieven van de Stoutenburgerweg, de Horsterweg en de Callenbroekseweg, 1819 (katern).
      • inv.nr. 36², Schouwbrieven van de Stoutenburgerweg, de Horsterweg en de Callenbroekseweg,  1616.
    • Keuren en verdere bekendmakingen van waterschappen in Utrecht en aangrenzend Zuid-Holland 1811-1922 (toegang 486)
      • inv.nr. 11, Reglement voor het Heemraadschap de Rivier de Eem, beken en aankleve van dien  1870 (1871).
      • inv.nrs. 13/14, Verordening op het onderhoud en de schouw der waterleidingen, ingevolge art 1 Litt A. van het Reglement voor het Heemraadschap de Rivier de Eem, beken en aankleve van dien aan het Heemraadschap is opgedragen, 1876, 1896.
      • inv.nr. 232, Schouwbrief vastgesteld door schouten en gecommitteerde geërfden van Hamersveld, Asschat en Snorrenhoef, 1792.

Links to further information on case study:

Case study composed by

Jan Pasman, Utrecht University

 


> Back to overview of Case Studies