Ja, ik wil! Verliefd, verloofd, en getrouwd in Amsterdam 1580-1810

Migrantenvestiging binnen Amsterdam in vroeger eeuwen

 

Amsterdam was zeker vanaf de zeventiende eeuw door haar rol in scheepvaart, handel, en relatief grote religieuze tolerantie een typische migrantenstad geworden. En of het nu een gevolg of een oorzaak was, feit was dat de Amsterdammers toen al bekend stonden om hun meertaligheid. Zo dichtte Adriaen Hoff in 1635 al in zijn Nederduytsche Poëmata:

 

'Ick weet niet wat het is met onse Nederlanders,

want nevens hare taal soo spreken sy noch anders.
Het is haar niet genoegh te spreken hare taal,
sy spreken Frans, end’ Schots, Latijn, end’ als de Waal'

 

Ondanks dat Amsterdam destijds een smeltkroes van talen en culturen was, vestigden grotere groepen migranten zich wel vaak in een specifieke buurt. Deze migrantenconcentraties ontstonden om diverse redenen: naast het 'ons kent ons'-aspect dat ongetwijfeld meespeelde, lagen ook praktische redenen, toevallige omstandigheden, 'organische' groeifactoren, en soms ook concrete bevolkingsplannen van overhden mede ten grondslag aan het ontstaan van specifieke vroegmoderne 'migrantenwijken'.

 

Praktische oorzaken

Hoewel Amsterdam pas vanaf begin zeventiende eeuw sterk zou groeien ten gevolge van de positie als handelsstad, was zij al in de eerste eeuwen van haar bestaan van belang als havenstad aan het IJ, destijds in directe verbinding staand met de Zuiderzee. Al in de vijftiende eeuw onderhield Amsterdam nauw en frequent contact met de steden van het Hanzeverbond; of Amsterdam zelf een Hanzestad genoemd kan worden, is punt van discussie door het ontbreken van concrete ledenlijsten of contracten hieromtrent[1]. De scheepvaart en aanverwante werkzaamheden trokken in ieder geval veel Noorse scheepslieden aan. Deze vestigden zich in het toen nog relatief kleine Amsterdam zo dicht mogelijk bij het toenmalige havenfront, waardoor een relatief hoge concentratie van Noren en andere Scandinaviërs ontstond op en rond de kop van de Zeedijk. Dat er sprake was van een duidelijk herkenbare migrantengroep in dit deel van Amsterdam blijkt ook uit het feit dat rond 1440-1450 speciaal voor de Noorse zeevaarders de Sint Olofskapel werd gebouwd, vernoemd naar de heilig verklaarde historische Noorse koning Olav. Ook in de daaropvolgende eeuwen bleef de concentratie van Scandinaviërs rond de Amsterdamse havens relatief hoog.

 

Toevallige factoren

Sommige migrantenbuurten ontstonden mede door min of meer toevallige factoren. Zo kon het feit dat bepaalde buurten van stadsuitbreidingen net beschikbaar waren gekomen op het moment dat bepaalde groepen migranten naar Amsterdam toe kwamen er toe leiden dat de 'nieuwe' Amsterdammers zich ook in deze nieuw ontstane woongebieden concentreerden. Zo viel de vlucht van vele Asjkenazische joden uit Duitsland in de eerste helft van de zeventiende eeuw samen met het aanplempen van de eilanden Marken, Vlooienburg, en Uilenburg aan de oostzijde van de stad, waardoor deze omgeving een vestigingsplaats werd voor vele Asjkenaziche joden, evenals voor hun al langer in Amsterdam verblijvende Sefardische geloofsgenoten.

 

Een ander voorbeeld was de bouw van nieuwe huizen on de Jordaan, in het bijzonder rond de Bloemstraat, die samenviel met de komst van vele textielwerkers die de onrust in de Zuidelijke Nederlanden eind zestiende en begin zeventiende eeuw ontvlucht waren. Doordat deze gebeurtenissen samenvielen, ontstond in en rond de Bloemstraat een opvallende concentratie van voormalige Vlamingen die hun brood verdienden als linnenwever, passementwerker, of in een verwant beroep.

 

'Organische' groei

De 'Joodse buurt' van Amsterdam was ook een voorbeeld van 'organische' groei van een geconcentreerde bevolkingsgroep. De vestiging van vele Joodse Amsterdammers op de eilanden Marken, Uilenburg, en Vlooienburg, alsmede op de aangrenzende grachten zoals de Nieuwe Herengracht was mede bepalend voor de locaties van de Hoogduitse Synagoge en de Portugees-Israëklitische Synagoge, die beiden tussen 1671 en 1675 gereed kwamen. De aanwezigheid van deze gebedshuizen en van talrijke kleinere en grotere neringen die voldeden aan de Joodse spijswetten en leefregels trok vervolgens weer nieuwe Joodse Amsterdammers naar deze wijk.

 

Bewuste planning

In sommige gevallen ontstonden historische 'migrantenwijken' omdat deze eenvoudigweg zo gepland waren. In de tweede helft van de zeventiende eeuw bijvoorbeeld wilde de stad nieuwe bouwterreinen tussen de Ptinsengracht en de buitenste stadswal (tegenwoordige Stadhouderskade) ontwikkelen. Vanwege beperkte financiële middelen werd het land uitgegeven aan gasthuizen, onder de voorwaarde dat er huizen zouden worden gebouwd ter huisvesting van vooral Waalse textielwerkers, in het bijzonder linnenwevers. Hoewel inderdaad diverse Waals-gereformeerde handwerklieden zich hier vestigden, liep dit plan averij op door de sterke economische achteruitgang in de laatste decennia van de zeventiende eeuw. De woningen werden dan ook later opengesteld voor andere beroepen en bevolkingsgroepen, waaronder zich vooral een opvallend groot aantal Duitse zilversmeden   bevond.

 

 

Meer lezen?

 

Over Amsterdam als migrantenstad:

Erika Kuijpers,  2005. Migrantenstad: immigratie en sociale verhoudingen in 17e-eeuws Amsterdam. Hilversum: Verloren.

 

Over Amsterdam en de relatie met de Hanze:

Ad van der Zee, 2018. De Wendische oorlog: Holland, Amsterdam en de Hanze in de vijftiende eeuw. Hilversum: Verloren.

 

Over specifieke wijken of bevolkingsgroepen

Joods Cultureel Kwartier, Geschiedenis van de Joden in Amsterdam (website)

Theo Bakker, De wevershuisjes in de Noordsche Bosch

Leonie van Nierop, 1937. De huisjes in het Noortsche Bosch. Jaarboek Amstelodamum 34, p.  93-131

Hilde Leikny Sommerseth, Peter Ekamper, en Solvi Sogner, 2016. Marriage patterns and residential behaviour among Norwegian women in Amsterdam, 1621–1720. Continuity and Change 31(2), p. 175-209.

 

 

 terug naar overzicht