Ja, ik wil! Verliefd, verloofd, getrouwd in Amsterdam 1580-1810

De evolutie van de minimale huwelijksleeftijd

 

Tegenwoordig is de achttiende verjaardag de dag vanaf wanneer je (bijna) alles zelf mag doen: stemmen, alcohol kopen, zelfstandig dingen aanschaffen zonder toestemming van je ouders. Met het bereiken van deze juridische meerderjarigheid mag je dan ook zelf besluiten om te trouwen, al dan niet met instemming van je ouders.

 

De grens van de minimale huwelijksleeftijd is door de eeuwen heen nogal eens verschoven. Daarbij kunnen we twee types van minimale huwelijksleeftijd onderscheiden:

 

  • de minimale leeftijd om te mogen trouwen
  • de minimale leeftijd om te mogen trouwen zonder dat toestemming van de ouders nodig is

 

Hoewel uitzonderingen voorkwamen, waren de meeste aanstaande bruidegoms en bruiden in Amsterdam oud genoeg om te mogen trouwen; de gemiddelde huwelijksleeftijd lag daar gedurende de gehele periode 1580-1810 zelfs ruim boven. Wel hadden velen van hen gezien hun leeftijd nog ouderlijke toestemming nodig. In veel huwelijkskrakelen waar leeftijd een rol speelde ging het dan ook vaak om trouwlustigen die oud genoeg waren om te mogen trouwen, maar nog te jong om dat zonder ouderlijke toesetmming te mogen doen.

 

Voor 1540: consensus en consummatie

Vanaf het einde van de Romeinse overheersing gold in grote delen van Europa het huwelijksrecht zoals dat vastgesteld was door de Rooms-Katholieke Kerk. Dit huwelijksrecht was voor een belangrijk deel nog gebaseerd op het vroegere Romeinse rechtssysteem. Binnen dit rechtssysteem was de minimale leeftijd voor vrouwen om te mogen trouwen was twaalf, voor jongens veertien jaar; wel was toestemming van de familie een vereiste [1].

 

Deze mimimumleeftijden (en dus ook het verschil daarin tussen jongens en meisjes) waren uiteraard gerelateerd aan het geslachtsrijp worden, wat ook blijkt uit het feit dat voor jongens de minimale leeftijd ook verlaagd kon worden als bleek dat de jongen fysiek gezien al tot voortplanting in staat was [2].

 

De rol van geslachtsrijpheid was ook van belang vanwege de opvatting binnen het rooms-katholieke huwelijksrecht dat consummatie (geslachtsgemeenschap) na een wederzijds vrijwillig uitgesproken trouwbelofte feitelijk al een onverbreekbaar huwelijk bewerkstelligde, zelfs al was dit huwelijk in het geheim (clandestien) voltrokken en ook nog niet kerkelijk ingezegend.

 

1540: het Eeuwige Edict

 

Door de praktijk van de consensus-huwelijken en het ontbreken van trouwregisters was er gestructureerd overzicht over wie er wanneer en met wie was gehuwd. De kerkelijke opvatting dat consummatie van de de trouwbelofte een huwelijk onverbreekbaar maakte, zorgde er bovendien voor dat huwelijken die vanwege morele of erfrechtelijke redenen onwenselijk waren, vaak kerkrechtelijk niet meer te verbreken bleken, zeker als de vrouw al zwanger bleek en consummatie van het huwelijk dus boven alle twijfel verheven was.

Klik op afbeelding voor een grotere uitvoering

Met name vanwege de erfrechtelijke gevolgen van dergelijke ongwenste huwelijken vaardigde Keizer Karel V in 1540 het zogenaamde ‘Eeuwige Edict’ uit. In dit Edict werd weliswaar geen absolute minimumleeftijd bepaald, maar wel dat het voor ongehuwde vrouwen onder de twintig en ongehuwde mannen onder de vijfentwintig jaar niet mogelijk was om te trouwen zonder toestemming van de ouders, of (als beide ouders reeds overleden waren) van de meest naaste verwanten der verloofde(n) [5].Een eind aan de geldigheid van clandestiene huwelijken kwam met de uitvaardiging van het decreet van Tametsi van 1563.

 

Keizer Karel V, uitvaardiger van het Eeuwige Edict van 1570, geportretteerd door Titiaan in 1548. Bron: Wikimedia Commons, klik hier voor brongegevens

 

 

1804: Code Civil, een drietrapsraket

De bepalingen van Karel V uit 1540 en de maatregelen ten gevolge van het decreet Tametsi werden na de Reformatie vrijwel ongewijzigd overgenomen door de gereformeerde machthebbers en wetgeving. Pas in 1804 vond de eerstvolgende grote wijziging in minimum huwelijksleeftijden plaats.

 

De Napoleontische Code Civil van 1804 bepaalde ten aanzien van de minimumleeftijden feitelijk drie categorieën [7]:

  • de absolute minimumleeftijd om te mogen huwen werd gesteld op 18 jaar voor jongens en 15 jaar voor meisjes;
  • de leeftijd tot welke mannen en vrouwen absoluut de ouderlijke toestemming behoefden werd voor mannen gesteld op 25, voor vrouwen op 21 jaar;
  • bij bruiden tussen de 21 en 30 jaar en bruidegoms tussen de 25 en de 30 jaar was ouderlijke toestemming in principe wel benodigd, maar konden de verloofden bij weigering van de ouderlijke toestemming deze weigering juridisch aanvechten en proberen via de rechter alsnog toestemming tot het voorgenomen huwelijk te verkrijgen. 

 

1838: Langzame ontwikkeling van vrouwen? Leeftijd omhoog!

In 1838 werd het Nieuw Burgerlijk Wetboek in Nederland ingevoerd. Hierin werd ook de minimumleeftijd om een huwelijk aan te gaan opgenomen: voor mannen bleef deze op achttien jaar, voor vrouwen werd deze ten opzichte van de Code Civil van 1804 echter met één jaar verhoogd naar zestien jaar. De reden: vrouwen zouden zich in de Nederlanden minder snel ontwikkelen dan elders en dienden daarom een jaar extra te krijgen om fysiek en mentaal voldoende toegerust te zijn om te kunnen trouwen… [8]. De leeftijd tot waarop men toestemming van de ouders nodig had om te mogen trouwen, bleef ongewijzigd: tot aan de 30e verjaardag hadden zowel bruid als bruidegom deze toestemming nodig om ongehinderd te mogen trouwen. Voor jonge trouwlustige stellen met weigerachtige ouders was bleef dan vaak als enige optie over hun huwelijk te laten sluiten op een plaats waar deze ouderlijke toestemming niet vereist was, zoals in het Schotse Gretna Green, dat tot in de jaren zestig van de twintigste eeuw een belangrijke uitwijkplaats hiervoor was.

 

1970: Meerderjarigheid wordt grens minimale huwelijksleeftijd

In 1970 werd in Nederland het familierecht volgens het Nieuw Burgerlijk Wetboek van kracht. Hierin werd onder meer bepaald dat de tot dan toe verplichte ouderlijke toestemming voor meerderjarigen niet meer nodig was. De meerderjarigheidsgrens werd tevens de minmumleeftijd om te mogen trouwen voor mannen; voor vrouwen gold dat zij vanaf hun zestiende in het huwelijk mochten treden, maar dan wel met toestemming der ouders.

 

1985: Vrouwen krijgen er nog twee jaar bij

In 1985 kwam een einde aan het verschil tussen minimale huwelijksleeftijd van mannen en vrouwen: in artikel 1.31 van het Burgerlijk Wetboek werd deze voor beide geslachten voortaan op 18 jaar gesteld. Wel kon er voor vrouwen nog steeds een uitzondering gemaakt worden: de voornaamste reden voor een dergelijke dispensatie was zwangerschap of moederschap van de aanstaande bruid, of het feit dat in een land van herkomst de vereiste mimimale huwelijksleeftijd voor vrouwen lager dan 18 jaar was. Toestemming werd in dergelijke gevallen echter niet meer door de ouders, maar van overheidswege verleend. [9].

 

2015: Ondergrens definitief op 18 jaar

Met de Wet van 7 oktober 2015 tot wijziging van Boek 1 en Boek 10 van het Burgerlijk Wetboek betreffende de huwelijksleeftijd, de huwelijksbeletselen, de nietigverklaring van een huwelijk en de erkenning van in het buitenland gesloten huwelijken, beter bekend als de Wet tegengaan huwelijksdwang, kwam vanaf 5 december 2015, de dag waarop deze wet van kracht werd, een einde aan de vrijstellingsmogelijkheden voor bruiden jonger dan 18 jaar. Om gedwongen kindhuwelijken tegen te gaan werd bepaald dat in alle gevallen de bruid 18 jaar moest zijn om een geldig huwelijk aan te gaan; huwelijken die elders gesloten waren op een moment dat de bruid nog meerderjarig was, werden vanaf 5 december 2015 niet meer als geldig huwelijk in Nederland erkend.

 

Noten

 

[1] C. Asser (bewerking door J. de Boer), 2010, Mr. C. Assers handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht. 1. Personen- en familierecht (18e druk) (Deventer: Kluwer), p. 129.

[2] Asser, Nederlands Burgerlijk Recht, p. 129.

[3] J. E. Doek, 2002. Het Huwelijk. In: G. van der Burght en j. E. Doek (red.), Het Nederlandse Burgerlijk Wetboek. Deel 1. Familierecht (12e druk; Deventer: Kluwer), 53-88, p. 58. Zie ook: J. H. Nieuwenhuis, C. J. J. M. Stolker, en W. L. Valk (red.), 2013. Burgerlijk Wetboek; Tekst & Commentaar. Deel 1 (Deventer: Kluwer), pp. 87-88.

[4] C. Donahue, 1976. The Policy of Alexander the Third's Consent Theory of Marriage. In: E. Kuttner (ed.), Proceedings of the Fourth International Congress on Medieval Canon Law, 4, Toronto 21-25 augustus 1972. Città del Vaticano: Biblioteca apostolica Vaticana, pp. 251 en volgende.

[5] ‘Eeuwig edict van Keizer Karel 1540 (Nederlanden / Zeventien Provinciën)’, transcriptie hier beschikbaar.

[6] Vierde Concilie van Lateranen, Caput 51 – De poene contrahentium matrimonial clandestine; Hoofdstuk 51 – Over de straf bij het sluiten van een clandestien huwelijk. Vertaling online hier beschikbaar.

[7] Asser, Nederlands Burgerlijk Recht, p. 129.

[8] Nieuwenhuis e.a., Burgerlijk Wetboek, pp. 87-88.

[9] Nieuwenhuis e.a., Burgerlijk Wetboek, pp. 87-88.

Meer weten?

 

Website Geneaknowhow, Informatie over leeftijdsgrenzen voor diverse rechtshandelingen (Kies menu-optie 'recht en notariaat')

Website Geneaknowhow, Transcripties van diverse historische bronnen op het gebied van huwelijk en gezin

 

 

 terug naar overzicht