Ja, ik wil! Verliefd, verloofd, en getrouwd in Amsterdam 1580-1810

Gekrakeel: de zaak Stephanie Joosten tegen Cornelis Willemszen

 

Samenvatting

Eiseres in deze zaak was de 19-jarige Stephanie Joosten. Zij daagde Cornelis Willemszen voor de Amsterdamse commissarissen van Huwelijkse Zaken om hem te laten verklaren welk recht van spreken hij meende te hebben om protest aan te tekenen tegen een eventueel toekomstig huwelijksvoornemen van Stephanie met een andere man.

 

Het verhaal van Cornelis

Cornelis verklaarde desgevraagd dat hij van mening was dat hij volgens de destijds geldende opvatting al getrouwd was met Stephanie. Volgens hem had zij immers eerder dat jaar een zakdoek uit zijn zak getrokken, waarna hij haar die zakdoek cadeau had gedaan en haar zijn trouw beloofd had. Hij verklaarde dat Stephanie niet alleen stilzwijgend ingestemd had met deze trouwbelofte door de cadeau gegeven zakdoek te behouden, maar verschillende keren ook zijn hand had gepakt en haar trouw aan hem beloofd had.

 

Het verhaal van Stephanie

Het verhaal van Cornelis stond in sterke tegenstelling tot de verklaring van Stephanie, die zij bereid was zo nodig onder ede te bevestigen. Volgens haar had zij de zakdoek niet uit Cornelis zijn broekzak getrokken, maar had zij deze tot twee keer toe op haar kamer aangetroffen en daarna aan hem teruggegeven. Bbovendien ontkende zij dat er op enig moment een belofte van trouw was uitgesproken en dat er zelfs geen enkele keer sprake was geweest van 'handtasten'.

 

De uitspraak

Hoewel beide verhalen sterk van elkaar verschilden, werd het de commissarissen van Huwelijkse Zaken redelijk makkelijk gemaakt om een besluit te nemen. Ten eerste besloot Cornelis af te zien van zijn 'huwelijksclaim' op Stephanie, maar bovendien zou hij als 21-jarige in alle gevallen ouderlijke toestemming nosig hebben om te mogen trouwen. Zijn vader bleek echter pas sinds twee dagen daarvoor op de hoogte van de verwikkelingen en verklaarde tegenover de commissarissen niet in het huwelijksvoornemen van zijn zoon toe te stemmen. De commissarissen kwamen dan ook tot de uitspraak dat het door Cornelis beweerde huwelijk van nul en generlei waarde was en dat beiden van enige trouwbelofte ontslagen waren.

 

Aanleiding of vervolg?

Waarschijnlijk vermoedde Stephanie al dat Cornelis problemen zou maken als zij zich met en ander wilde veloven en daagde zij hem vast voor de commissarissen van Huwelijkse Zaken om te voorkomen dat hij tijdens de ondertrouwperiode problemen zou veroorzaken, waardoor het huwelijk uitgesteld zoiu moieten worden. Stephanie ging namelijk op slechts enkele weken na bovenstaande verwikkelingen in ondertrouw met de 24-jarige houtwerker Hans Meynertsz, met wie zij op 23 mei 1589 in het huwelijk trad.

 

 

Bronafbeelding

Bron: Stadsarchief Amsterdam, archief 5001, inv.nr. 762, p. 141

Klik op de afbeelding voor een grotere weergave

 

Transcriptie

 

Op huyden den 1en aprilis 1589 co[m]pareerde voor Balthasar Appelman,
Tonis Jansz[en] Schellingwou ende Jan de Vrij Egbertsz[en] Stephanie Joosten,
oudt negenthien jaren, geroepen hebbende eenen Cornelis
Willemsz[en], en[de] hem affvragende wat hij op haer te seggen heeft,
daerdoor hij veroorsaecker es hem te vertoogen haer geboden,
indien sij eenige mochte geraecken te versoecken, te willen
ophouden. Hetwelcke hem Cornelis Willemsz[en] voorgehouden wesende,
heeft hij geantwoordet dat hij Stephanie Joosten v[er]s[eyt] omtrent
veertien dagen nae kermisse laestleden, mit eenen neusdoeck
getrout heeft dien sij (soo hij seyde) uyt sijnen sack
hebbe getrocken, denwelcken hij haer met aenbiedinge sijner
trouwe heeft laten houden, en[de] bij haer aengenomen is geweest.
Ende daerenboven verclaerende dat sij daernae tot verscheyde[n]
plaetsen ende tijden malcanderen de handen op trouwe gegeven
hadden. De dochter, daer op gehoort sijnde, ontkende sulx
alles gantschelijck, segghende den neusdoeck niet uit sijnen sack
getrocken, maer op heur kamer, daer hij dien tot twee reysen gelaten
ahdde gevonden, enb[de] hem wedergegeven te hebben, sonder dat
van hem ofte haer op dier tijt oft op eenige andere tijden
naer ofte voor een woort van trouwe sij vermaent, veel
min eenige hanttastinge gedaen sij, presenterende haer
seggen bij eede te bevestigen. De voorsz[eyde] Cornelis Willemsz[en],
persisterende sijne aengeven, was niettemin tevreden
indien Stephanie Joosten haer voorsz[eyde] seggen bij eede wilde
bevestigen, van sijnen eysch aff te stane. Com[m]issarissen,
Willem Cornelisz[en], de vader des jongmans gehoort hebben[de],
dewelcke verclaerde sijnen sone maer eenentwintich jaren
oudt te wesen, ende dat hij de zaecke niet dan van
eergister geweten heeft, ende niet en wilde in de voorsz[eyde]
trouwe bij sijnen sone gepretendeert consenteren, hebben
Cornelis Willemsz[en] voorsz[eyt] sijnen eysch op Stephanie Joosten
voorn[oemt] gedaen en[de] genomen, ontseyt en[de] de presente trouwe
van egeener waerde verclaert.

Pronuntatant supra present partijen

[=hebben zij uitgesproken over de aanwezige partijen]

 

 

 terug naar overzicht