Project 'Ja, ik wil!'

Trouwen doen we later! Onstaan en gevolgen van het Europese huwelijkspatroon

 

Wist je dat in de late middeleeuwen in West-Europa er een huwelijkspatroon ontstond dat toen al uniek genoemd kon worden en de manier waarop we relaties vormen tot op vandaag beïnvloedt? Het Europese huwelijkspatroon (European Marriage Pattern, EMP), werd voor het eerst uitgebreid besproken door de Noorse historisch-demograaf Hajnal [1]. De twee belangrijkste kenmerken van dit huwelijkspatroon zijn de hogere huwelijksleeftijd bij mannen maar vooral oo bij vrouwen en het grote percentage personen dat ongehuwd bleef, ook onder de vrouwen. Daarnaast was het ook typerend voor het EMP dat een nieuw gevormd paar ook een nieuw huishouden, op een andere plaats dan dat van de ouders, ging vormen.

 

Op basis van eerdere (beperkte) analyses van de ondertrouwakten werd al vastgesteld dat de gemiddelde huwelijksleeftijd van de vrouw in Amsterdam in de late zestiende eeuw tussen de 23,5 en 25 jaar schommelde. Het leeftijdsverschil tussen de bruid en de bruidegom was niet heel groot, gemiddeld 1 tot 1,5 jaar [2]. Het aandeel singles in de bevolking liep soms op tot 25 procent [3]. Tine De Moor en Jan Luiten van Zanden hebben op basis van onderzoek voor de Lage Landen de ideeën van Hajnal verder ontwikkeld. Zij wijzen er op dat dit patroon ook nauw samenhing met het huwelijk op basis van consensus, waarbij zowel bruid als bruidegom instemmen, waardoor – in combinatie met het relatief kleine leeftijdsverschil tussen de partners – er een meer 'democratisch' huishouden ontstond [4].


Een uniek patroon
Hoe bijzonder was dit huwelijkspatroon, hoe kwam dit tot stand, en welke gevolgen had het EMP voor de samenleving en specifiek voor de positie van de vrouw? Dat het gaat om een bijzonder huwelijkspatroon wordt pas duidelijk als we het vergelijken met de gang van zaken elders in deze wereld, bijvoorbeeld het historische China. Hier was het huwelijk geen contract tussen twee personen, maar tussen twee families. Het familiegeslacht speelt en speelde in China een belangrijke rol in de samenleving en had als taak om huwelijken te arrangeren. Het doel van het huwelijk was het voortzetten van de familienaam en het verplichten tot de zorg voor de (groot)ouders. Daarnaast lag de gemiddelde huwelijksleeftijd van meisjes met gemiddeld vijftien jaar in China ook stukken lager dan in West-Europa; de bruid was vaak nog zeer jong. Daarnaast bleven er in China nauwelijks vrouwen vrijgezel: slechts 1 à 2 procent van de vrouwen was nog ongehuwd op haar dertigste levensjaar, waar dit in West-Europa 15 tot 25 procent bedroeg [5].

 

Ongedateerde afbeelding door onbekende artiest van een Chinees huwelijk

in de Qing Dynasty (1644-1912). De ouders van de bruidegom zitten op de

twee stoelen. De bruid is de vrouw in het midden met rood gewaad en blauw

hoofddeksel; zij serveert haar schoonmoeder thee.

 

Bron: Wikimedia Commons, klik hier voor de brongegevens

 

 

Het ontstaan van het Europees huwelijkspatroon
Het Europese huwelijkspatroon was – in grote lijnen – het resultaat van een combinatie van drie verschillende factoren:

  1. het feit dat het huwelijk was gebaseerd op consensus in plaats van dat het door de ouders was gearrangeerd,
  2. de positie van de vrouw in de overdracht van eigendom tussen man en vrouw en tussen ouders en kinderen, en
  3. toegankelijkheid en omvang van de arbeidsmarkt

 

Huwelijk op basis van consensus
Vanaf de late middeleeuwen was het huwelijk in West-Europa gebaseerd op consensus tussen man en vrouw [6]. In 866 verkondigde paus Nicolaas I dat de instemming van zowel de man als de vrouw essentieel was voor een huwelijk. Dit werd later in de twaalfde eeuw verder uitgewerkt als onderdeel van het kerkelijke (canonieke) recht. Omdat het huwelijk ook de toestemming van de vrouw vereiste was haar onderhandelingspositie vrij sterk. Hierdoor was, naar alle waarschijnlijkheid, de ongelijkheid binnen het huwelijk veel kleiner dan bij gearrangeerde huwelijken. Hierdoor was ook de macht van het mannelijk hoofd, over het gehele huishouden, veel beperkter geworden. Ouders hadden de middelen niet om hun volwassen nageslacht te controleren. Daardoor konden deze kinderen hun eigen beslissingen nemen en werd er na het huwelijk een eigen huishouden opgezet ('neolocaliteit'). Zo zorgde het Europese huwelijkspatroon, door middel van consensus, niet alleen voor een andere balans tussen man en vrouw maar ook voor een andere machtsbalans tussen generaties.

 

Schematische weergave van de Hajnal-lijn, lopend van Triëst naar Sint-Petersburg:

ten westen van deze lijn overheerst het European Marriage Pattern (EMP).

Bron: Wikimedia Commons, klik hier voor de brongegevens.

 

De overdracht van eigendom
In Noordwest-Europa had de vrouw in vergelijking met elders een uitzonderlijke positie: zij had het rechtom te erven, waarbij het ook mogelijk was om landeigendom aan en via vrouwen over te dragen [7]. Dit verschil wordt duidelijk zichtbaar als men kijkt naar het verschil in erfrecht tussen het Zuiden en het Noorden van Europa, waarbij ook het tijdstip van vererving een belangrijke rol speelt.


In Zuid-Europa kreeg de dochter een deel van de erfenis aan het begin van haar eigen huwelijk in de vorm van een bruidsschat. Wanneer de ouders stierven hadden dochters geen recht meer op een erfenis. De omvang van de bruidsschat werd onder andere bepaald op basis van de (mogelijke) bijdrage van de bruid aan het nieuw gevormde huishouden, voor wat betreft de verzorging van het gezin en haar vruchtbaarheid. Het was dus niet alleen voor meisjes van belang om vroeg te trouwen, en hun bruidsschat veilig te stellen, maar ook voor ouders om hun dochter zo snel mogelijk gehuwd te zien.

 

In het Noorden lag dit anders en kreeg de dochter pas haar deel bij overlijden van één van de ouders, zonder hiervoor te moeten trouwen. Hierdoor was er geen haast om zo snel als mogelijk te trouwen omdat je als vrouw toch al zeker was van je erfdeel.


Ook de positie van weduwen verschilde tussen Noord en Zuid. In het zuidelijke systeem bleef het vermogensaandeel dat beide partners afzonderlijk hadden ingebracht in het huwelijk, feitelijk altijd van alleen hem of haar zelf; er was dus geen sprake van een gezamenlijk vermogen. Als de echtgenoot overleed had de weduwe daarom alleen recht op haar eigen bruidsschat, zij erfde geen deel van de nalatenschap van de man, deze erfenis kwam bij zijn eigen familie terecht. In het Noorden daarentegen werden de eigendommen van de bruid niet apart gehouden maar toegevoegd aan het gemeenschappelijke bezit, zodat, wanneer de echtgenoot overleed, de weduwe recht had popop haar erfdeel van het totale gezamenlijke vermogen.

 

De arbeidsmarkt
Al voordat de Zwarte Dood in 1348 toesloeg, ontwikkelde zich in West-Europa een arbeidsmarkt waar een behoorlijk deel van de bevolking tenminste een deel van de tijd in loondienst was. De Zwarte Dood zorgde voor een flinke bevolkingsafname waarbij een derde van de bevolking – of soms nog meer – stierf. Eén van de gevolgen hiervan was dat arbeid schaars werd en de lonen – in het bijzonder die van vrouwen – stegen. Zo werd de Zwarte Dood een soort van ‘trigger’ van het Europees huwelijkspatroon dat zich nu ten volle kon ontwikkelen. Ook jonge vrouwen trokken naar de steden om te werken en kwamen hierdoor los van het ouderlijk gezag. Daarnaast kon er gespaard worden om een eigen huishouden op te kunnen zetten. Ter vergelijking: ook in China droegen vrouwen bij het familiebudget, maar dit gebeurde niet door deel te nemen aan de arbeidsmarkt [8]. Ze werkten enkel binnenshuis in de besloten en gecontroleerde omgeving van het huishouden.

 

Veertiende-eeuwse weergave door onbekende artiest

van het begraven van slachtoffers van de pestepidemie in Doornik (Tournai).

Bron: Wikimedia Commons, klik hier voor de brongegevens.

 

 

De gevolgen van het Europees huwelijkspatroon
Het Europese huwelijkspatroon, gekenmerkt door de hogere huwelijksleeftijd en het grote percentage vrijgezellen, had ook gevolgen voor de samenleving in het algemeen en voor de positie van de vrouw in het bijzonder. Door het Europees huwelijkspatroon werden er nieuwe periodes van werken in loondienst – tussen 12 tot 14 jaar en 20 tot 25 jaar – toegevoegd aan de individuele levenscyclus van mannen en vrouwen [9]. Men ging werken als dienstbode of knecht, als leerling bij een meester of vertrok naar de stad om hier te gaan werken. Het Europees huwelijkspatroon stimuleerde een groot aanbod van jonge arbeidskrachten.

 

Daarnaast werd deze periode ook gebruikt om te investeren in scholing. In West-Europa werd veel meer geïnvesteerd in het opleiden van kinderen, zowel jongens als meisjes, dan op andere plaatsen. Dit hoge niveau van scholing bereidde West-Europa voor op de economische ontwikkelingen van de zeventiende, achttiende, en negentiende eeuw.

 

Na het huwelijk vormde het nieuwe koppel normaal gesproken meestal een eigen huishouden, los van het ouderlijk huishouden ('neolocaliteit'). Deze zelfstandigheid had echter ook nadelen: bij verlies van een inkomstenbron of een gezinslid was het huishouden kwetsbaarder [10]. Hulp van familieleden was in Noordwest-Europa minder voor de hand liggend dan bijvoorbeeld in de grote meer-generatie-huishoudens ('extended families') in Zuid-Europa, waar het veel vanzelfsprekender was dat kinderen de zorg voor hun ouders op zich namen [11]. Noordwest-Europese huishoudens zochten hiervoor hun oplossing via de kapitaalmarkt, die zich in deze regio al vroeg sterk had ontwikkeld. Van deze mogelijkheid werd door alle lagen van de bevolking gebruik van gemaakt: ouders gingen tijdens hun leven sparen voor hun oude dag. Daarnaast werden onder impuls van de kerk (en vanaf de zestiende eeuw ook van stadsoverheden of de staat) armenzorginstellingen opgezet. Daarnaast functioneerden er sociale voorzieningen die gerelateerd waren aan het lidmaatschap van een collectief, zoals een gilde. Dankzij een goed ontwikkelde sociale infrastructuur ('civil society') konden in Noordwest-Europa zo vele negatieve effecten van het Europees huwelijkspatroon opgevangen worden.


Positie van de vrouw
De late middeleeuwen kunnen gezien worden als een Gouden Eeuw voor vrouwen die actief wilden zijn op de arbeidsmarkt [12]. De lonen van vrouwen waren relatief hoog en er waren voldoende mogelijkheden om deel te nemen aan de arbeidsmarkt. Daarnaast werd niet alleen geïnvesteerd in de scholing van jongens, maar ook in die van meisjes. Deelname van vrouwen aan de arbeidsmarkt kan geanalyseerd worden door te kijken naar gecijferdheid, geletterdheid, lonen, en de arbeidsmogelijkheden van de vrouw, maar kan ook op een andere manier bepaald worden. Een door Tine De Moor en Jan Luiten van Zanden gebruikte methode hiervoor is de ‘Girl Power Index’ [13]. Deze index geeft een indicatie hoeveel macht de vrouw in een bepaalde regio binnen het huishouden heeft. De Girl Power Index per land of regio wordt berekend door het gemiddelde leeftijdsverschil tussen bruid en bruidegom ('spousal age gap') af te trekken van de gemiddelde huwelijksleeftijd van vrouwen. Hoe hoger de uitkomst, des te sterker de positie van de vrouw.

 

 

  regio A regio B
Gemiddelde leeftijd man bij eerste huwelijk (a) 30 30
Gemiddelde leeftijd vrouw bij eerste huwelijk (b) 30 14
Gemiddeld leeftijdsverschil man-vrouw bij eerste huwelijk (spousal age gap)(c = a- b) 0 16
Girl Power Index (=b - c) 30 -2

Twee voorbeelden van berekening van de Girl Power Index voor twee verschillende regio's.

De uitkomst van de berekening is een indicatie voor de autonomie en macht van vrouwen

binnen de samenleving in deze regio: hoe hoger de uitkomst, des te sterker is hun positie.

Bron: De Moor en van Zanden, 2008, p. 71.

 

Door gebruik te maken van (o.a.) de Amsterdamse ondertrouwakten – die ons meer vertellen over de gemiddelde huwelijksleeftijd en het leeftijdsverschil tussen man en vrouw – kunnen we dus een beeld krijgen van de positie van de vrouw in de vroegmoderne Amsterdamse en Hollandse samenleving.

 

Deze en andere onderwerpen komen aanstaande donderdag aan bod bij de lezing van Tine De Moor.

 

Noten

[1] J. Hajnal, 1965. European Marriage Patterns in perspective. In: D.V. Glass en D.E.C. Eversley (eds.), Population in History (Chicago / London: Aldine), pp. 101-143.

[2] Tine De Moor en Jan Luiten van Zanden, 2006. Vrouwen en de geboorte van het kapitalisme in West-Europa (Amsterdam: Boon), p. 56.

[3] De Moor en van Zanden, Vrouwen en de geboorte van het kapitalisme, p. 60.

[4] De Moor en van Zanden, Vrouwen en de geboorte van het kapitalisme, pp. 9-11.

[5] De Moor en van Zanden, Vrouwen en de geboorte van het kapitalisme, pp. 57-58.

[6] De Moor en van Zanden, Vrouwen en de geboorte van het kapitalisme, pp. 21-29.

[7] De Moor en van Zanden, Vrouwen en de geboorte van het kapitalisme, pp. 30-40.

[8] De Moor en van Zanden, Vrouwen en de geboorte van het kapitalisme, pp. 49-53.

[9] De Moor en van Zanden, Vrouwen en de geboorte van het kapitalisme, pp. 67-76.

[10] De Moor en van Zanden, Vrouwen en de geboorte van het kapitalisme, pp. 77-91.

[11] Zie het artikel over Jonge bokken en rijpe blaadjes op deze website.

[12] De Moor en van Zanden, Vrouwen en de geboorte van het kapitalisme, pp. 101-103.

[13] Sarah G. Carmichael, Tine De Moor, en Jan Luiten van Zanden, 2011. When the heart is baked, don't try to knead it; Huwelijksleeftijd en leeftijdsverschil tussen partners als maatstaf van 'agency' van vrouwen. In: Theo Engelen, Onno Boonstra, and Angélique Janssens (red.), Levenslopen in transformatie; liber amicorum bij het afscheid van prof. dr. Paul M.M. Klep (Amsterdam: Valkhof Pers), pp. 208-221.

 

Meer lezen?

Als er een PDF-icoontje staat, kun je het artikel direct online lezen door op het icoontje te klikken.

 

  Sarah G. Carmichael, Tine De Moor, en Jan Luiten van Zanden, 2011. When the heart is baked, don't try to knead it; Huwelijksleeftijd en leeftijdsverschil tussen partners als maatstaf van 'agency' van vrouwen. In: Theo Engelen, Onno Boonstra, and Angélique Janssens (red.), Levenslopen in transformatie; liber amicorum bij het afscheid van prof. dr. Paul M.M. Klep (Amsterdam: Valkhof Pers), pp. 208-221.
Tine De Moor en Jan Luiten van Zanden, 2010. Girl power: the European marriage pattern and labour markets in the North Sea region in the late medieval and early modern period. The Economic History Review 63(1): 1-33.
Tine de Moor en Jan Luiten van Zanden, 2006. Vrouwen en de geboorte van het kapitalisme in West-Europa (Amsterdam: Boom).

 

 

terug naar Wist u dat...

terug naar hoofdpagina